Blik op hulp

Preventie van angst en depressie op basisschool effectief

Preventie van angst en depressie op basisschool effectief
oktober 15
14:38 2015
angst en depressie mia kösters vrienden voor het leven

Mia Kösters: “Preventie angst en depressie op school effectief”. Foto: Atelier Pro

Het programma “Vrienden voor het Leven”, dat zich richt op angst en depressie bij kinderen, blijkt effectief wanneer het ingezet wordt op school. Deze veelvoorkomende problemen beïnvloeden niet alleen het huidige welbevinden van kinderen, maar kunnen ook een negatieve invloed hebben op hun verdere leven. “Daarom is preventie van angst en depressie van groot belang, maar helaas krijgen maar weinig kinderen hulp, of pas wanneer er al ernstige problemen zijn”, zo stelt Mia Kösters van de GGD Amsterdam, die op 22 oktober 2015 promoveert aan de Vrije Universiteit. Uit haar proefschrift blijkt onder meer dat preventie op school in plaats van in een geestelijke gezondheidsorganisatie (GGZ-organisatie) een goede strategie kan zijn om meer kinderen die hulp nodig hebben tijdig te bereiken. Voordelen van preventie op school zijn onder andere dat veel kinderen tegelijk bereikt kunnen worden en dat kinderen niet door hun ouders naar een hulpinstelling gebracht hoeven te worden.

Kösters’ proefschrift presenteert het door haar gedane onderzoek naar de effectiviteit en implementatie van het preventieprogramma “Vrienden voor het leven” tegen angst en depressie bij kinderen op de basisschool.

Vrienden voor het leven

Vrienden voor het Leven is een preventieprogramma tegen angst en depressie dat op de basisschool wordt uitgevoerd. Het programma is gebaseerd op cognitieve gedragstherapie (CGT) en het bestaat uit tien wekelijkse sessies, booster- en oudersessies. Vrienden voor het Leven wordt sinds 2007 in Amsterdam geïmplementeerd als geïndiceerd preventieprogramma, voor kinderen die al angst- of depressieve klachten hebben, maar nog geen klinische stoornis. Het programma wordt aangeboden in groep 6, 7 en 8 op de basisschool door preventiewerkers van een lokale GGZ-organisatie onder schooltijd.

Kösters onderzocht de mate waarin aan het protocol werd vastgehouden, de vaardigheid van de preventiewerkers, de betrokkenheid van de kinderen en de mate van blootstelling aan het programma. Kösters: “Na afloop van het programma beoordeelden kinderen hoeveel ze aan het programma hadden gehad en in hoeverre ze het leuk vonden om deel te hebben genomen. Daarnaast werd gevraagd of ze het programma aan andere kinderen zouden aanbevelen. Met online focusgroepen en gestructureerde telefonische interviews deden zij en haar collega’s aanvullend onderzoek naar de mening van ouders en kinderen over het programma”.

Effectiviteit

Vrienden voor het Leven bleek direct na afloop een significant positief effect te hebben op door kinderen zelfgerapporteerde angst- en depressiesymptomen. Gedurende de twaalf maanden na afloop rapporteerden de interventiekinderen steeds verder dalende angst- en depressiesymptomen. Deze bevindingen werden echter niet bevestigd door leerkracht- en klasgenoot-rapportages.

Leerkrachten rapporteerden geen significante interventie-effecten. Kösters: “Dit kan veroorzaakt zijn doordat klasgenoten de deelnemende kinderen tien keer de klas zagen verlaten om mee te doen aan Vrienden voor het Leven, waardoor er wellicht meer focus kwam te liggen op internaliserend gedrag van de deelnemers tussen de voor- en nameting. Dat dit effect na verloop van tijd verdween, kan verklaard worden doordat er na afloop van het programma minder op het gedrag van deelnemers werd gelet”.

Implementatie in de dagelijkse schoolpraktijk

Met een procesevaluatie werd de implementatie van Vrienden voor het Leven onderzocht. Daarin werd vastgesteld dat kinderen goed deelnamen aan het programma en dat ze gemiddeld bij negen van de tien sessies aanwezig waren. Kinderen beoordeelden het programma positief: ze vonden het programma nuttig, leuk en ze zouden het aan andere kinderen aanraden. Een opmerkelijk punt was volgens Kösters dat de kinderen het programma beter beoordeelden naarmate de preventiewerkers zich minder aan het protocol hielden. “Waarschijnlijk deden de preventiewerkers aanpassingen aan het programma zodat het beter paste bij de behoefte van de groepen. We vonden vrijwel geen relatie tussen programma-integriteit en programma-uitkomsten”.

De meeste ouders en kinderen beoordeelden het programma positief, en de meerderheid dacht dat het effectief was in die zin dat het gedragsverandering bij het kind teweegbracht. Negatief commentaar van kinderen had vooral betrekking op het missen van schoolactiviteiten door deelname aan het programma of dat bepaalde programmaonderdelen te vaak herhaald werden. Preventiewerkers gaven aan dat de opkomst bij oudersessies laag was. Kösters: “Tijdens de interviews met ouders gaven zij aan dat ze andere verplichtingen hadden, te druk waren of dat ze niet geïnformeerd waren over het moment waarop de sessies waren”. De ouders die wel waren geweest, beoordeelden de sessies positief.

Uitrollen

Kösters concludeert dan ook dat Vrienden voor het Leven als geïndiceerd preventieprogramma angsten en depressieve klachten langdurig en voortdurend vermindert, wanneer het geïmplementeerd wordt in de dagelijkse schoolpraktijk. Zij beveelt op basis van haar conclusies verdere implementatie aan als geïndiceerd preventieprogramma in Nederland.

Het hele proefschrift van Mia Kösters is te downloaden vanaf de site van de Vrije Universiteit. Meer informatie over het programma Vrienden voor het Leven kan gedownload worden vanaf de website van het vriendenprogramma.

Interessant artikel? Meld u dan nu aan voor onze gratis nieuwsbrief en mis nooit meer iets!

Mee discussiëren over dit en andere artikelen? Dat kan in onze Linkedin-groep.

Soortgelijke artikelen