Blik op hulp

Bestaansonzekerheid

december 09
14:37 2013
Drs. Carin Wevers is filosoof, docent aan Zuyd Hogeschool en vaste columnist van Blik op Hulp

Drs. Carin Wevers is filosoof, docent aan Zuyd Hogeschool en vaste columnist van Blik op Hulp

Het is bijna zover en dan is de grootste reorganisatie van het sociale domein sinds de invoering van de marktwerking een feit. Iedereen die betrokken is bij of werkzaam is in de zorgsector of de sector welzijn- en maatschappelijke dienstverlening krijgt het deze dagen op de zenuwen. De gemeenten zijn nerveus over hoe ze de  WMO,  die het hele sociale landschap moet herinrichten, moeten vormgeven. Maar vooral ook zijn ze nerveus over hoe ze het allemaal gefinancierd moeten krijgen.

De instellingen tasten in het duister, want ze weten niet wat ze van de gemeentes moeten verwachten en hoe ze zich op de markt – waarvan nog niet duidelijk is wat er wordt gevraagd en wie wat gaat aanbieden – moeten profileren.  Evenmin is duidelijk met welke rekeneenheid er gerekend gaat worden. Wordt het een soort  “soukh”, waar iedereen ongelimiteerd en ongeregeld zijn waar kan aanbieden tegen de laagste prijzen? Wordt het de Albert Heyn waar er minimumprijzen gehanteerd worden en we ons houden aan de regels van de voedsel- en warenautoriteit? Of gaan we met zijn allen gokken op de beurs?

De hulpverleners zitten nagelbijtend hun eindejaarsuitkering af te wachten. Hebben ze volgend jaar nog een contract of is de bonus tevens de oprotpremie?

En de cliënten? Ook zij zijn in het ongewisse. Kunnen ze straks nog bij hun vertrouwde hulpinstantie terecht of staan ze in de kou?

Kansen

De grondgedachte achter de WMO – decentralisatie en de hulp dichter bij de mensen brengen om zo betere hulp en minder bureaucratie te garanderen – wordt door velen onderschreven. Maar er is ook een beweging in gang gezet die, mede door de invoering van de marktwerking, iets aan het zicht heeft onttrokken wat zichtbaar zou moeten blijven: het doel en het bestaansrecht van instellingen die met publieke middelen worden gefinancierd.

Voorstanders van de hele transitie zien vooral kansen, maar wat er precies bedoeld wordt met ‘kansen’ verschilt nogal van wie het beweert en vanuit welke invalshoek men kijkt. Als het gezegd wordt door de gemeenteambtenaar dan bedoelt hij waarschijnlijk de kans om meer controle en invloed op de hulp en dienstverlening in zijn gemeente te verkrijgen.

Als het een instellingsmanager is die het woord ‘kansen’ in zijn mond neemt dan bedoelt hij waarschijnlijk: we kunnen (nog) groter worden.

Als de zelfstandig sociaal ondernemer ‘kansen’ ziet dan bedoelt hij zeker: de kans om zich ook op de markt te begeven.

Van hulpverleners zelf hoor je nauwelijks dat ze ‘kansen’ zien, maar de optimisten onder de hulpverleners hopen op minder bureaucratie en regelgeving en meer discretionaire ruimte om de gepaste hulp of zorg te verlenen.

En cliënten? Zien die ook kansen? Waarschijnlijk niet: cliënten  zijn vooral bang te verliezen wat ze hebben.

Bestaansrecht

In de hele ‘er zijn zoveel kansen en uitdagingen’-discussie  wordt er iets fundamenteels over het hoofd gezien. Of misschien is het beter te stellen dat we het door onze brainwash in het marktconforme denken gewoon vergeten zijn. Ik was het zelf ook vergeten, totdat ik dit jaar de onderzoeksopdrachten zag van onze studenten Social Work die met hun afstudeerprojecten bezig zijn. De onderzoeksopdrachten betreffen stuk voor stuk vragen die te maken hebben met de profilering van de instelling in een bepaald domein en hoe ze ervoor kunnen zorgen dat zij straks de opdracht of het contract van de gemeente krijgen. Dat zijn dus dit jaar geen opdrachten die gericht zijn op het verhogen van de kwaliteit van een hulpaanbod of het organiseren van projecten die voorzien in een geconstateerde behoefte, of aansluiten bij de vraag van de cliënt.

Zo was er een vraag van een instelling die wilde weten hoe ze kon inspelen op de eis van de gemeente dat burgers moeten participeren en of de student kan onderzoeken of een buurtcafé een geschikt middel hiervoor is.  Zou de student eens een behoeftepeiling kunnen doen?

Pervers

Is dat erg?

Ja, dat is erg, want hulp- en zorginstellingen danken hun bestaan aan de dienst die ze bieden. Het doel van hun bestaan is hulp bieden. Het doel is níet om te zorgen dat je blijft bestaan, of zorgen dat je nog groter wordt zodat anderen niet meer om je heen kunnen. Dat zou betekenen dat organisaties hopen dat er meer hulp- en zorgvragers bij komen. Over de perverse prikkels op de markt van onderwijs, welzijn en geluk is al veel geschreven, maar de échte perversiteit zit in het feit dat we het doel van het bestaan van onze instellingen uit het oog zijn verloren. Het overeind blijven van de instelling zélf is het intrinsieke doel geworden.

Hans Achterhuis stelde dat goede hulpverlening erop gericht zou moeten zijn om zichzelf zo snel mogelijk overbodig te maken. Hij had het over hulpverleners die zichzelf aan het werk hielden door de cliënten afhankelijk te maken van hulp, in plaats van ze te leren op eigen benen te staan. Eens een hulpverlener over de vloer, voor altijd onder toezicht.

Nu hebben de hulpverleners geleerd ‘vraag- en oplossingsgericht’ te werken via afgemeten behandelplannen. Maar de instellingen voeren een heel ander beleid, gericht op het aantrekken van zoveel mogelijk klanten en de grootste speler worden in de markt van verslaafden, autisten, ADHD’ers of zorgwekkende zorgmijders. Met vraaggericht werken heeft dit niets meer te maken.

Is dat erg?

Ja, dat is erg, want als we koste wat het kost bezig zijn om overeind te blijven, zijn we bezig met onze eigen werkverschaffing. Omdat het doel van de financiering niet is om de hulpverleners aan het werk te houden, kan dit nooit het bestaan van de instelling legitimeren.  Het doel van de zorginstellingen is niet om je te profileren op de markt. Het doel is om kwalitatief goede zorg te verlenen.

En om marktconform te eindigen: een euro die is uitgegeven aan ‘profilering’ kan niet worden uitgegeven aan een cliënt.

Drs. Carin Wevers is  docent filosofie aan de opleiding Social Work van Zuyd Hogeschool en vaste columnist van Blik op Hulp.

Mis niets en schrijf je nu in voor onze gratis nieuwsbrief.

Soortgelijke artikelen

7 Reacties

  1. Helen Greijn
    Helen Greijn januari 14, 12:14

    Vanuit mijn rol als (landelijk) cliëntvertegenwoordiger GGZ wil ik graag toevoegen dat ook heel wat cliënten kansen zien. Inderdaad zijn er ook gevoelens van onrust met betrekking tot het niet weten wat men kwijt gaat raken, maar dat er binnen de GGZ meer gewerkt moet gaan worden vanuit de eigen kracht van mensen, daar zijn met name de ervaringswerkers het alle over eens. Binnen de reguliere GGZ wordt nu nog, zij het onbedoeld, te vaak te veel aan eigen regie van cliënten afgeleerd door professionals. Dit is een sterke herstelbelemmerende factor in de behandeling, waar nog te weinig aandacht voor is.

    Ik heb goede hoop dat het hele transitiegebeuren als positieve bijwerking zal hebben dat genoemde factor qua frequentie en kracht zal afnemen.

    De zorgen die er zijn betreffen met name het organisatorische stuk m.b.t. regievoering en verantwoordelijkheden van zowel instellingen als gemeenten. Hierover lijkt duidelijkheid nog niet snel haalbaar.

    Reageer op deze reactie
  2. Cynthia
    Cynthia december 21, 11:13

    Helder verhaal mevrouw Wevers.
    De bedoeling van de zorginstellingen en hun medewerkers zou inderdaad moeten zijn het bieden van goede adequate zorg.
    Maar mijns inziens is die zorg de afgelopen jaar niet goed genoeg geweest, waardoor er voor die decentralisatie is gekozen. Ik werk al jaren als hulpverlener in de gemeente de meeste zorginstellingen waren slecht zichtbaar, niet bereid tot samenwerking ( de welbekende ivoren torens). En nu, al ruim een jaar, wordt onze deur platgelopen door allerlei zorginstellingen die ” in beeld” willen zijn. De zorg had al veel beter kunnen zijn als men die samenwerking eerder had opgezocht. In mijn beleving is dit nodig om weer terug naar de bedoeling te gaan en wie niet vanuit die manier kan werken valt vanzelf af.

    Reageer op deze reactie
  3. marieke
    marieke december 19, 13:56

    Wauw, goed dat hier aandacht aan wordt gegeven. Ik voel het tot in het puntje van mijn tenen. Die onzekerheid. Ik denk dat er trouwens maar één politieke partij is die dit probeert te voorkomen, namelijk de SP. De afgelopen jaren probeert deze partij de vergaande privatisering in de zorg tegen terug te dringen. Iedereen die ik ken die in dit veld werkt is het eigenlijk eens met die gedachte. Wat hier goed bij aansluit is het resultaat van een groot onderzoek dat inkomensverschil leidt tot onvrede bij alle mensen, de veelverdieners en de armen.

    Reageer op deze reactie
  4. Luc Martens
    Luc Martens december 17, 06:28

    Overal binnen de zorg geldt: FOLLOW THE MONEY.
    En binnen dat kader je discretionaire ruimte als slimme hulpverlener maximaal benutten!
    Nu ook binnen GGZ.
    Dat zat er al jaren aan te komen.
    PvdA, VVD maar ook CDA, ChristenUnie, SGP willen een Participatie Maatschappij. Wij (ook RIBW Kwintes) worden nu geacht ongeveer 70 a 80 procent van onze ambulante cliënten binnen een maand of acht zo te verankeren in een Maatschappelijk Steun Systeem met een Sleutelfiguur dat we hen daarna met een gerust hart(?) los kunnen laten. Daarna hopen we dat bij decompensatie/crisis de GGZ client zelf of anders de SleutelFiguur (komt die elke week langs?) bij de huisarts of politie of crisisdienst aan de bel trekt. Of even contact opneemt met die fijne GGZ begeleider die hij gehad heeft. Dan dienen wij binnen twee weken in te vliegen op uitnodiging van de huisarts. Wordt momenteel allemaal afgesproken in convenanten met de Gemeente door WMO beleidsambtenaren en account managers van de zorginstelling. Dat is concurreren, ja. Maar aan de andere kant is het ook heel snel, slim en efficiënt (samen)werken. Kracht van teams, korte communicatielijntjes, samenwerken, synergie, Het Nieuwe Werken. De Zorg trendsettend voor de rest van bedrijvend Nederland. Gaat het lukken? Voor een groot deel van onze cliënten wel. Voor sommigen niet. Het is aan ons, de professionals, om aan te geven hoe de (GGZ) zorg voor de kwetsbaarsten onder onze doelgroep zo goed mogelijk vormgegeven / gegarandeerd kan blijven. Dat willen in ieder geval PvdA, SP, CDA, ChristenUnie, SGP, Ouderenpartij 55plus en Partij voor de Dieren. D66 ook nog geloof ik. Wordt vervolgd in 2014…. ook op 19 maart in het stemhokje.

    Reageer op deze reactie
  5. andries
    andries december 13, 00:50

    Heel goed verhaal. Iedereen komt in de toekomst nog voor hele grote verassingen te staan. Gemeentes gaan vastlopen in hun eigen bureaucratie.

    Reageer op deze reactie
  6. Van Schaeren
    Van Schaeren december 12, 00:51

    Het ideale doel is mensen die chronisch of tijdelijke hulp nodig hebben, te helpen zodat ze terug grip krijgen op hun leven. De verzorgingsstaat is over, het geld is op, maar wat krijgen we in de plaats? Wie gaat verantwoordelijkheid dragen voor geleverde hulp- en dienstverlening en erger nog wie gaat bepalen wie wanneer welke zorg krijgt. De verzekeraars?
    Gaan we van een verzorgingsstaat over in een verzekeringsstaat?

    Reageer op deze reactie
  7. Bram van Zandvoort
    Bram van Zandvoort december 10, 15:56

    Als je Naomi Kleins’ De Shock Doctrine leest (leuk voor onder de kerstboom!) dan geeft zij een interessante analyse van wat Carin Wevers “….onze eigen werkverschaffing” noemt. Het transformeren van publieke voorzieningen naar particuliere bedrijven is er juist wel op gericht om met publiek geld bedrijven overeind te houden. Dat is de ideologie van Milton Friedman en het economisch model van de Chicago School; deregulering, privatisering en afbraak van sociale voorzieningen. En hoe meer ellende er is (en dat kun je dus ook creëren) hoe meer bestaansrecht een hulpbedrijf heeft. Dat is misschien erg en moreel verwerpelijk vanuit de linkse vleugel. Ik zou het erg vinden dat studenten die behoeftepeiling gaan doen en zich niet afvragen waar de vraag van de opdrachtgever vandaag komt. Teveel (en meestal alleen maar) wordt het argument van bezuiniging genoemd. Maar juist Klein laat zien dat er een ideologie achter zit die juist dankzij de Friedman – doctrine leidt tot dit soort onderzoeksopdrachten.
    Hopelijk gaat iemand de discussie aan met deze studenten over waarom zo’n behoeftepeiling moet en dat ze dus wel weten waar ze aan meewerken en waarom. Vanwege het bestaansrecht van de geprivatiseerde hulpindustrie dus.

    Reageer op deze reactie

Schrijf een reactie