Blik op hulp

Epistemic trust essentieel voor werkrelatie

Epistemic trust essentieel voor werkrelatie

Foto: Marcus Ramberg (CC BY-NC 2.0)

Epistemic trust essentieel voor werkrelatie
januari 18
16:04 2017

Sensitief moet je zijn als hulpverlener. Je moet kunnen mentaliseren: jezelf en je cliënt begrijpen in termen van mentale toestanden. Dát is het belangrijkst. Of toch niet? Volgens psychotherapeut Dr. Joost Hutsebaut van MBT Nederland is “Epistemic trust”, zoals  een belangrijke, zo niet dé belangrijkste voorwaarde voor een goede werkrelatie tussen hulpverlener en cliënt.

Epistemic trust

epistemic trust joost hutsebaut

Dr. Joost Hutsebaut: “Epistemic trust kun je herstellen”

Maar wat is dat dan, epistemic trust? “Epistemic trust is een concept dat door psycholoog Peter Fonagy is bedacht en dat doelt op de bereidheid aan de kant van de cliënt om nieuwe kennis als betrouwbaar, generaliseerbaar en relevant voor zichzelf te beschouwen. Met andere woorden: openheid om te leren uit nieuwe ervaringen”, legt Hutsebaut uit. “Kennis vergaren is immers ongelooflijk belangrijk voor het dagelijks functioneren van mensen. Door middel van alledaagse kennis worden we bijvoorbeeld geïntroduceerd in een cultuur en kunnen we opgroeien als mens. Stel je voor dat je van Mars kwam en voor het eerst in je leven een lepel zag. Wanneer je helemaal in je eentje zou moeten uitzoeken waarvoor een lepel bedoeld was, dan zou dat waarschijnlijk heel lang duren. Het is dan veel efficiënter wanneer iemand je dan vertelt dat dat stalen, komvormige ding is om mee te eten. Maar als je niet in staat of bereid bent die boodschap te accepteren, dan maakt dat het bestaan ingewikkeld voor je. Je kunt dan niet invoegen in onze maatschappij en je aanpassen aan veranderingen”.

Muurtje

Ook in de hulpverlening zien we dat epistemic trust een belangrijke rol speelt. Soms lijkt het immers alsof cliënten niet willen luisteren of veranderen. Alsof ze niets leren van positieve ervaringen en alle adviezen van goedbedoelende professionals druppels op een gloeiende plaat zijn. “Ik merk met regelmaat dat mensen een muurtje om zich heen gebouwd hebben en niets aannemen van hun behandelaars of begeleiders. Mensen geven dan aan dat ze vinden dat de professional niet weet waar hij het over heeft omdat hij zelf nooit hun problemen ervaren heeft of omdat ze geen ‘klik’ ervaren”, aldus de vriendelijke Vlaming.

Niet toelaten

Heel wat problemen en psychopathologie zijn in essentie problemen in de interactie tussen de omgeving en cliënten of ze komen daaruit voort. Cliënten die hun omgeving niet meer toelaten, profiteren niet meer van een goede omgeving of kiezen een schadelijke omgeving omdat ze vertrouwen op de ‘verkeerde’ mensen. Als gevolg daarvan raken hun interacties met anderen ‘versteend’. Deze mensen leren op die manier steeds opnieuw dat anderen onbetrouwbaar zijn.

Hutsebaut ziet dat ook bij veel in zijn eigen beroepspraktijk: “Cliënten die bij ons in behandeling komen, hebben vaak erg negatieve ervaringen in interpersoonlijke relaties meegemaakt en zijn onveilig gehecht, niet zelden als gevolg van verwaarlozing of trauma. Die ervaringen hebben een belangrijke impact gehad op hun vermogen om zichzelf en anderen goed te begrijpen én hun openheid om te leren uit nieuwe sociale ervaringen, waardoor ze zich snel afsluiten van nieuwe kennis en ervaringen, die zodoende dan geen invloed meer hebben op hoe ze zichzelf en anderen ervaren”.

Herstellen openheid

Maar wat kun je als professional dan doen om deze vicieuze cirkel te doorbreken? Hoe herstel je de openheid van mensen? Hutsebaut heeft een optimistische boodschap: “We kunnen als behandelaars deze mensen beter proberen te begrijpen en hen helpen anderen beter te begrijpen. We moeten proberen anderen zoals ouders en vrienden sensitief te maken voor de cliënt als ‘intentioneel persoon. Dat zijn belangrijke randvoorwaaden voor het herstel van hun openheid voor nieuwe ervaringen, waardoor er weer ‘beweging’ kan komen in hoe ze zichzelf zien en ervaren. Daardoor ontstaan veilige gehechtheidservaringen die niet alleen de weg plaveien voor mentaliseren, maar ook zorgen voor de vorming van epistemic trust”.

Basishouding en gespreksvoering

Hutsebaut heeft ook ervaring met hoe in de dagelijkse praktijk van het werken met cliënten werkt aan epistemic trust. Zogenaamde ‘ostensive cues’ spelen daarin een belangrijke rol. “Een ostensive cue is een signaal dat uitgezonden wordt door de zender van de boodschap om de ontvanger duidelijk te maken dat men de intentie heeft om te communiceren, om nieuwe relevante informatie over te dragen. In de praktijk van het praten met cliënten kom je een aantal van zulke ‘ostensive cues’, zoals het maken van oogcontact, het veranderen van toon  en het noemen van de naam van je cliënt met regelmaat tegen. Wanneer je iets belangrijks tegen één van je kinderen gaat zeggen, dan doe je dat ook vaak. Je noemt de naam van je kind, kijkt hem of haar in de ogen en gaat dan zachter en langzamer praten. De ontvanger merkt dan direct dat er blijkbaar iets belangrijks gezegd gaat worden. Je communiceert daarmee dat de andere persoon wordt erkend als een ‘zelf’, als ‘iemand’ met zijn of haar eigen, subjectieve ervaring en dat die persoon op dat moment jouw speciale aandacht krijgt. Dat schept openheid aan de kant van de ontvanger om de kennis die je dan gaat overdragen, te accepteren”.

Generalisering

En hoe die manier van omgaan met je cliënt dan leidt tot epistemic trust en een grotere openheid voor nieuwe ervaringen in het algemeen? Ook daarover heeft de psychotherapeut zo zijn gedachten: “Meer nog dan dat de therapeutische relatie zelf nieuwe ervaringen genereert, wordt de therapeutische relatie het vehikel voor het herstellen van de openheid van de cliënt voor sociale invloeden ‘an sich’: het proces van sociaal leren herstelt, waardoor de cliënt kan blijven leren van andere relaties. Ook worden er zo de eerste stappen gezet om de sociale wereld mogelijk weer als goedaardig te gaan ervaren. Dát proces is het meest helende, niet de inzichten die men opdoet in therapie. Het zorgt er tenslotte voor dat ze zich weer verbinden met de sociale wereld en weer bereid en in staat zijn om te leren van anderen. Dáár, in de échte, sociale wereld buiten de therapiekamer vindt verandering plaats. Van de andere kant betekent dat ook dat het ‘profijt’ van de behandeling ook bepaald wordt door de mate waarin die sociale omgeving zich leent tot afstemmen. In een ‘slechte’ omgeving kun je beter waakzaam blijven”.

Waakzaamheid

Waarschijnlijk is epistemic trust evolutionair niet perse voordelig voor mensen, maar is een soort van waakzaamheid dat wel. Een tekort aan vertrouwen zal je overlevingskansen als organisme niet snel bedreigen, maar een teveel kan dat wel doen. “Epistemisch vertrouwen heeft wellicht ‘actieve ontspanning’ nodig van epistemische waakzaamheid”, stelt Hutsebaut daarom. De gehechtheid van cliënten is daarvoor een belangrijke context, omdat zulke ontspanning optreedt binnen een veilige gehechtheidsrelatie. Gehechtheid aan een persoon die sensitief reageert in de vroege ontwikkeling is een essentieel middel om epistemisch vertrouwen te ontwikkelen.

“Ouders maken binnen een veilige gehechtheidsrelatie immers gebruik van ‘ostensive cues’ om de aandacht van hun kind te trekken, ze stemmen zich op hun kind af, creëren door hun spiegeling een gevoel van veiligheid en ‘openen’ daardoor de ontvankelijkheid van hun kind om te leren”, aldus Hutsebaut.

Het slachtoffer de schuld geven

Soms heeft een kind echter zoveel negatieve sociale- en gehechtheidservaringen meegemaakt, dat het haast op voorhand ‘hyperwaakzaam’ is. De basishouding van deze kinderen is dat je maar beter op kan letten met wat mensen je proberen wijs te maken. Zulke mensen voelen zich vaak ondraaglijk geïsoleerd. Tegelijk roept dit bij ons veel frustratie op, evenals een tendens om het slachtoffer de schuld te geven. Het werken aan epistemic trust wordt dan van twee kanten bemoeilijkt. Hutsebaut: “Het voelt alsof ze niet luisteren en niets van je aan willen nemen, maar feitelijk vinden ze het moeilijk om de waarheid van wat ze horen, te geloven. Dit soort ‘epistemic mistrust’ is dan ook erg geassocieerd met emotionele verwaarlozing, mishandeling en trauma. Voorkom in dat soort situaties dan ook dat je deze mensen als ‘niet gemotiveerd’ aan de kant schuift. Dat zal immers voor hen slechts een afwijzing vormen en een bevestiging zijn dat mensen niet te vertrouwen zijn”.

Interessant artikel? Meld je dan nu aan voor onze gratis nieuwsbrief en mis nooit meer iets!

Mee discussiëren over dit artikel? Dat kan in onze LinkedIn-groep.

Over de auteur

Redactie

Redactie

Soortgelijke artikelen