Blik op hulp

Een jongere is méér dan het ergste dat hij gedaan heeft

Een jongere is méér dan het ergste dat hij gedaan heeft
november 01
17:30 2017

Lang is de aandacht voor jongeren die strafbare feiten plegen gericht geweest op de risico’s en uitsluitend op het voorkomen van recidive. Uit onderzoek komt echter naar voren dat er meer nodig is om te komen tot het afzien van het plegen van strafbare feiten. Dat wordt ‘desistance’ geheten. Als hulpverlener vraagt dat een bepaalde basishouding wanneer je met deze jongeren praat en hen tracht te helpen om te komen tot een succesvol leven. In het project ‘Signs of Success’ heeft de William Schrikker Groep samen met een aantal jeugdzorgregio’s gekeken hoe dit vorm kan krijgen, geïnspireerd, door het onderzoek naar desistance en de benadering Signs of Safety. Blik op Hulp sprak José Hermans, die als docent aan Fontys Hogescholen betrokken is bij diverse innovatieprocessen in de jeugdreclassering, over deze benadering.

Wat is er volgens jou voor nodig om te voorkomen dat een jongere die een strafbaar feit heeft gepleegd, recidiveert?

José: “Om recidive te voorkomen is het nodig goed te weten hoe je met deze jongeren moet werken. In de jeugdreclassering houdt het project ‘signs of success’ zich bezig met het voorkomen van recidive. Daaraan liggen de laatste wetenschappelijke inzichten ten grondslag. Voor risico taxatie zijn bijvoorbeeld de ‘What Works’ principes van belang, maar met name de theorie over ‘desistance’ – het afzien van een criminele carrière – geeft ons veel handvatten”.

Leg eens uit? Wat wordt er onder desistance verstaan?

José: “De meest recente definitie van ‘desistance’ is dat dit een persoonlijke en menselijke ontwikkeling is die versterkt en ondersteund wordt door de sociale en culturele context. Dat maakt dat iemand weg kan bewegen van criminaliteit en een ontwikkeling kan doormaken waarin hij of zij weer op een succesvolle manier sociaal kan integreren en kan participeren in de maatschappij. Desistance vindt plaats op drie niveau’s. Allereerst in gedrag, door geen delicten meer te plegen. Daarnaast vindt desistance ook plaats op identiteitsniveau. De persoon in kwestie moet ophouden zichzelf te zien als crimineel. Ten slotte is er nog het niveau van de re-integratie, wanneer iemand het gevoel krijgt dat hij of zij weer een kans krijgt in de maatschappij en daar ook week onderdeel van gaat uitmaken”.

“Weer deel uit gaan maken van de maatschappij”. Dat klinkt alsof er ook wel het een en ander van ouders, vrienden en andere mensen in de sociale omgeving van een jongere vraagt. Hoe betrek je die dan bij dat proces?

José: “Het netwerk van de jongere erbij betrekken is inderdaad van cruciaal belang voor het werken aan desistance. En dat doe je door vanaf het allereerste moment met de jongere en zijn netwerk om de tafel te gaan zitten en naar hen luisteren. ‘Wat gaat er goed?’ is dan ook de insteek, naast alle aandacht voor het delict. Een jongere is méér dan het ergste wat hij gedaan heeft. Wat wil de jongere? Wat willen zijn ouders en zijn netwerk van hem of haar? En wie uit zijn netwerk kan helpen om de eigen doelen van de jongere te bereiken?”

En hoe doe je dat dan? Wat zou je als hulpverlener of begeleider in het werken met deze jongeren vooral wel en niet moeten doen?
Wat je zeker niet moet doen is over het netwerk van de jongere oordelen of het netwerk zelfs veroordelen. Dat zijn tenslotte de mensen die voor een jongere zelf belangrijk en waardevol zijn!  Wat jongeren die het gelukt is om weer op het rechte pad te komen zelf zeggen over wat professionals moeten doen  is: niet opgeven, vertrouwen geven, echt luisteren naar hun eigen verhaal, nieuwsgierig zijn naar wat zij zelf willen en wat hun eigen doelen zijn.”

Ankers van Signs of Success

José spreekt op 18 januari 2018 over dit thema op de landelijke studiedag over praten met pubers. Ze zal dan ook onderstaande ‘ankers’ van Signs of Success toelichten, die moeten bijdragen tot desistance bij jongeren die een delict gepleegd hebben:

1

Ik geloof in de mogelijkheden van de jongere en zijn omgeving. Ik vind dat de jongere het waard is om me voor in te zetten. Ik richt me op de persoon. Ik ondersteun zijn ontwikkeling in zijn eigen sociale context. Ik gebruik taal gericht op krachten en mogelijkheden, niet op problemen en gebreken. Ik sluit aan bij de taal van de jongere en zijn netwerk en vermijd het gebruik van negatieve labels. In mijn benadering ben ik gericht op het hele systeem. Ik bied de jongere de kans om ook in de bredere context van zijn netwerk en de samenleving te laten zien dat verandering op gang komt.

2

Ik weet dat een positief beeld van jezelf krijgen moeilijk is en moed vergt. Ik ga samen met de jongere op zoek naar een positief zelfbeeld. Ik realiseer me hoeveel lef er nodig is om naar jezelf te kijken en – in moeilijke omstandigheden – een positief beeld van jezelf te krijgen. Dat is eng en vaak pijnlijk. Het is een prestatie om de angst om iets anders te doen te overwinnen, en ik heb waardering voor elke stap in de goede richting.

3

Ik realiseer me dat sociale steun een cruciale voorwaarde is om te kunnen veranderen. Ik realiseer me dat sociale steun van belangrijke mensen rondom de jongere belangrijker is dan mijn eigen steun in het bereiken van desistance. Zonder veranderingen in het sociale netwerk is individuele verandering veel lastiger. Sociale steun, betrokkenheid en monitoring zijn de voorwaarden om te kunnen veranderen. Ik ben me ervan bewust dat het desistance proces plaats vindt in het dagelijks leven van de jongere, in zijn sociale context. Ik zet me ervoor in om de juiste vragen te stellen waardoor hij gemotiveerd raakt om zijn eigen netwerk in te zetten en steunend te laten zijn voor de verandering.

4

Ik realiseer me dat veranderen met ups en downs gaat. Ik weet dat de verandering naar een succesvol leven een proces is dat niet van de ene op de andere dag plaatsvindt. Een jongere kan alleen veranderen als hij ook de kans krijgt om fouten te maken. Bij een terugval kunnen we zowel leren van dat wat goed is gegaan als van dat wat fout ging. Ik realiseer me dat een terugval een onvermijdelijk onderdeel is van het veranderingsproces. Ik blijf positief en benut de leerkansen die de terugval biedt.

5

Ik bied hoop en vertrouwen en ook praktische ondersteuning. Ik bied vertrouwen en hoop aan de jongere, hoe groot de uitdagingen en obstakels ook zijn. Jongeren hebben vaak de hoop opgegeven om te veranderen. Soms zien ze geen weg meer terug en weten ze niet wat de oplossing is. Soms twijfelen ze zelfs of er een oplossing bestaat. Ik als professional werk vanuit een vragende oplossingsgerichte benadering. Ik laat de jongere op zoek gaan naar zijn/haar eigen krachten waardoor zij de inspiratie en motivatie vinden tot verandering. Ik probeer een bron van hoop te zijn , ook als iedereen opgeeft, totdat zij die hoop zelf weer terugvinden.

Interessant artikel? Meld je dan aan voor onze gratis nieuwsbrief en mis nooit meer iets!

José Hermans
José Hermans

José is lange tijd werkzaam geweest voor de Raad voor de Kinderbescherming en bij Onderzoeksbureau Van Montfoort. Zij heeft meerdere methodische handleidingen geschreven voor onder meer jeugdzorgwerkers. Momenteel is José werkzaam als docent aan de Fontys Hogeschool Tilburg, faculteit pedagogiek.

Soortgelijke artikelen