Blik op hulp

Kinderen verschillen in gevoeligheid voor opvoeding

Kinderen verschillen in gevoeligheid voor opvoeding

Foto: Pbednarz (CC BY-ND 2.0)

Kinderen verschillen in gevoeligheid voor opvoeding
februari 08
13:18 2017

Om het gedrag van kinderen te beïnvloeden, heeft iedere opvoeder zijn eigen aanpak. Maar wat voor het ene kind wel werkt, werkt voor het andere kind niet. Hoe komt dat eigenlijk? Dat is de vraag die centraal stond in het proefschrift van Meike Slagt van de Universiteit Utrecht.

Meike Slagt UU gevoeligheid opvoeding

Dr. Meike Slagt

Slagt baseerde haar onderzoek op het zogeheten “differentiële ontvankelijkheidmodel”. Daarin wordt er vanuit gegaan dat mensen verschillen in hun gevoeligheid of ontvankelijkheid voor invloeden uit de omgeving. Opvoeding is tenslotte ook een omgevingsinvloed. Mensen kunnen zowel  in positieve als in negatieve zin van elkaar verschillen waar het deze ontvankelijkheid betreft. Meike Slagt licht toe: “Gevoelige mensen zijn als orchideeën: kwetsbaar voor hardvochtige omstandigheden, maar ze kunnen prachtig bloeien als ze de juiste zorg ontvangen. Minder gevoelige mensen zijn als paardenbloemen: veerkrachtig, en in staat om overal te groeien, maar ze reageren minder sterk op hun omgeving”.

Vraagtekens

Toch roept deze manier van kijken naar opvoeding ook veel vragen op. Kunnen dezelfde mensen echt gevoelig zijn in zowel negatieve als positieve zin? Als dergelijke gevoelige mensen bestaan, met welke temperamentstrekken kunnen ze dan worden herkend? Zijn ze alleen gevoelig in hun jeugd of gedurende hun hele leven? En tot slot: is vooral hun lange-termijnontwikkeling ontvankelijk voor omgevingsinvloeden, of zijn ze ook op korte termijn gevoelig? In haar proefschrift doet Meike Slagt een eerste poging om deze vragen te beantwoorden.

Temperament

Haar bevindingen laten onder andere zien dat kinderen die als baby de neiging hadden om snel overstuur te zijn, gevoeliger lijken voor negatieve én positieve opvoeding. Zij hadden bijvoorbeeld een neiging tot emotionele instabiliteit. Slagt: ‘Wat ik vooral interessant vind is het hoopvolle hiervan. Misschien moeten we mensen die we traditioneel als kwetsbaar zien voor stress in een ander licht gaan zien: ze zijn wellicht gevoelig voor alles in hun omgeving, dus ook voor de positieve dingen.’

Toch ondersteunen lang niet alle resultaten in Slagts proefschrift het idee van ‘gevoeligheid in zowel positieve en negatieve zin’. Dit hing bijvoorbeeld af van de temperamentstrekken die bestudeerd werden, de leeftijd waarop mensen werden onderzocht, en of gekeken werd naar onmiddellijke reacties of ontwikkeling gedurende jaren.

Inzichten voor opvoeders

Het onderzoek van Slagt kan belangrijke inzichten voor hulpverleners en ouders opleveren: ‘Ten eerste de boodschap dat mensen verschillen. We hoeven niet van iedereen dezelfde reactie te verwachten. Die erkenning is belangrijk. De traditionele psychopathologie kijkt vooral naar wat er mis is met mensen. Wij onderzoeken waaróm zijn mensen zoals ze zijn. Hoe zit het met de match tussen mensen en hun omgeving? Wij vinden het in deze maatschappij niet leuk als mensen bijvoorbeeld agressief of depressief zijn, maar die dingen hebben misschien wel ooit een functie gehad.’

Intensievere hulp

Er zijn echter nog veel onbeantwoorde vragen. Reageren gevoelige kinderen levenslang sterk op hun omgeving? Of alleen in bepaalde periodes, zoals in de puberteit, als er in biologisch opzicht van alles verandert?
Als je dat weet kun je ervoor zorgen dat mensen de hulp krijgen die ze nodig hebben. En dan niet alleen de extra gevoelige mensen, maar juist ook de ‘paardenbloemen’: ‘Mensen die minder gevoelig lijken, hebben misschien wel andere of intensievere hulp nodig.’

Interessant artikel? Meld je dan aan voor de gratis nieuwsbrief en mis nooit meer iets!

Mee discussiëren over dit artikel? Dat kan in onze LinkedIn-groep.

Soortgelijke artikelen