Blik op hulp

Multiprobleemgezinnen: 5 succesvolle strategieën voor de hulpverlening

Multiprobleemgezinnen: 5 succesvolle strategieën voor de hulpverlening

Multiprobleemgezinnen: 5 succesvolle strategieën voor de hulpverlening
mei 27
13:42 2015

multiprobleemgezinnenHet begeleiden van multiprobleemgezinnen is bepaald niet weggelegd voor iedereen. Je kunt nog zoveel weten en als hulpverlener met de beste intenties de praktijk instappen, toch kan het doek sneller voor je vallen dan je had verwacht en had gehoopt. Het is dan ook van cruciaal belang hoe je je als hulpverlener vanaf het eerste moment opstelt! Het is erop of eronder.

Multiprobleemgezinnen

Guus Feron, die in zijn carrière vanuit verschillende rollen successen boekte met deze gezinnen, geeft zijn visie op de manier waarop je deze gezinnen als hulpverlener bij kunt staan. “Vroeg erbij zijn, preventief- en outreachend werken zijn veel gehoorde termen voor professionals die met multiprobleemgezinnen te maken hebben. Maar vaak hebben deze gezinnen niet om hulp van buitenaf gevraagd en moet er ook nog eens hulp op meerdere terreinen tegelijkertijd aangeboden te worden, aan zowel ouders als kinderen. Hoe kun je je in de rol van hulpverlener dan een eigen positie verwerven in een complexe context met tegengestelde belangen? Dat is in de praktijk heel erg moeilijk”.

Vijf strategieën

Als houvast helpt het dan om eerst te bepalen met welke types multiprobleemgezinnen je te maken kunt hebben en hoe dit ene gezin daar dan in past. Feron verwijst met het oog daarop naar een onderzoek van Steketee en Vandenbroucke (2010) waarin vijf verschillende strategieën voor vijf verschillende soorten multiprobleemgezinnen worden onderscheiden:

  1. Orde op zaken model: Kwetsbare multiprobleemgezinnen met één of meerdere risicofactoren die buitengesloten kunnen raken en in problemen dreigen te komen, hebben vooral een aanpak nodig waarbij hen geleerd wordt om toegang te krijgen tot voorzieningen. Hierbij moet coördinatie van de voorzieningen en instellingen voorhanden zijn.
  2. Vinger aan de pols model: Bij multiprobleemgezinnen die geen expliciete hulpvraag hebben en daardoor geen actieve bemoeienis van de hulpverlening willen, kan worden gekozen voor een casemanager die regelmatig langskomt om te kijken of een ‘latent’ probleem zich inmiddels heeft ontwikkeld tot een reëel probleem waarop hulp aangeboden kan worden. De aard van de problematiek bepaalt vervolgens welke organisatie een gezinscoach levert.
  3. Stut en steun model: Gezinnen waarin sprake is van een chronische, hardnekkige en problematische situatie, waardoor men moeite heeft met het organiseren van het dagelijks leven, hebben langdurige en intensieve begeleiding nodig.
  4. Direct (gedwongen) hulpaanbod: Voor multiprobleemgezinnen met een duidelijke, urgente problematiek is een hulpverleningsaanbod op al dan niet vrijwillige basis noodzakelijk. De keuze voor het hulpverleningskader vraagt om een selectie van benodigde ketenpartners. Keuzes moeten worden gemaakt over de methodische interventie, de omvang van benodigde zorg moet worden ingeschat en er moeten afspraken worden gemaakt over zorgcoördinatie en casemanagement. De urgentie van het probleem bepaalt waar deze zorgcoördinatie komt te liggen.
  5. Refresh model: Er zijn ook multiprobleemgezinnen waarbij de bestaande hulpverlening afgesloten is, maar waarbij het nuttig en noodzakelijk is om gedurende een bepaalde periode regelmatig langs te gaan om te zien of alles nog op orde is en goed gaat. Deze nazorg zou in principe geboden moeten worden door de hulpverlener die verantwoordelijk was gedurende het hulpverleningstraject.

Hulpverleningsrelatie

Feron relativeert: “In de weerbarstige praktijk kunnen zich binnen één gezin echter verschillende problematieken afspelen. Dat impliceert kennis, inzicht en maatwerk, veelal gebaseerd op de mate waarin de problematiek zich voordoet. Als je eenmaal weet welke richting je op moet, dan ben je als hulpverlener vervolgens ‘je eigen gereedschap’ om dit voor elkaar te krijgen. Je zult vanaf het prille begin gericht aandacht moeten besteden aan de opbouw van een kwalitatief goede en professionele hulpverleningsrelatie om multiprobleemgezinnen in beweging te krijgen. Je zult, vanwege het wantrouwen dat multiprobleemgezinnen vaak tegen hulpverleners ontwikkeld hebben, als ‘indringer’ vanaf de eerste seconde zorgvuldig worden gescand en het is daarna nog maar zeer de vraag of je de test doorstaan hebt en wordt toegelaten tot het complexe gezinssysteem. Dat vereist naast kennis en zelfreflectie vooral ook specifieke competenties en vaardigheden. Persoonlijke eigenschappen zoals grondhouding, attitude, mimiek en toon, zijn in het werken met multiprobleemgezinnen veelal belangrijker dan kennis op een hoger abstractieniveau”.

Professionals streven over het algemeen naar practice based, efficiënte- en effectieve werkvormen. En dat is natuurlijk niet gemakkelijk binnen de geldende kaders en de beschikbare (schaarse) middelen. Bovendien is er weinig sluitend bewijs ten aanzien van welke interventies werkzaam zijn bij multiprobleemgezinnen. Feron: “Dat is reden temeer om te zoeken naar deelgebieden die wel te beïnvloeden zijn en waardoor de resultaten van het gezin en de werktevredenheid bij de professional kunnen stijgen. En dat is alleen mogelijk als je de juiste persoon op de juiste plek bent! Dat klinkt misschien kort door de bocht, maar het is wel degelijk een primaire voorwaarde om ‘door te kunnen pakken’ in je werk met multiprobleemgezinnen”.

Shopgedrag van multiprobleemgezinnen

Onderzoek toont aan dat multiprobleemgezinnen vaak weinig vertrouwen in zichzelf, in de toekomst en in instanties hebben. Uitingsvormen kunnen zijn dat gezinnen extreem vaak aankloppen bij allerlei hulpverleningsinstanties, waarna zij zich elke keer niet voldoende gehoord en begrepen voelen en dan verder “shoppen”. Het komt ook voor dat het gezin zich afsluit voor hulp van buitenaf en in de weerstandmodus schiet. En wat moet je als professional dan in situaties van drang en dwang?

“Primair aansluiting zoeken en vooral geen eisen gaan stellen wanneer dat niet specifiek nodig is. Praten over het weer, voetbal, auto’s of over de foto’s aan de muur kan wonderen doen. Let daarbij dan meteen op je houding en woordkeuze, zodat je je niet onbewust boven hen plaatst. Dat kan in de praktijk topsport zijn, maar ik ben er van overtuigd dat je uiteindelijk bij je doel uitkomt en kunt werken met wat zich aandient’, concludeert Feron.

Tijdens de trainingen die Guus Feron over het werken met multiprobleemgezinnen verzorgt, gaat hij ervan uit dat hulpverlening voor een belangrijk deel een psychologisch proces is. “Naast het bezitten van specifieke competenties, gerichte kennis en vaardigheid, moet er ook voldoende tijd gereserveerd worden voor reflectie en uitwerking”.

Interessant artikel? Meld u dan aan voor onze gratis nieuwsbrief en mis nooit meer iets!

Over de auteur

Redactie

Redactie

Soortgelijke artikelen