Blik op hulp

10 praktische tips voor seksuele voorlichting bij mensen met een LVB

10 praktische tips voor seksuele voorlichting bij mensen met een LVB

10 praktische tips voor seksuele voorlichting bij mensen met een LVB
maart 16
13:54 2015

Seksuele voorlichting en -opvoeding aan mensen met een LVB (licht verstandelijke beperking) zijn meestal reactief, want er wordt vooral over gesproken als er een incident is geweest, of wanneer cliënten laten zien ermee bezig te zijn. Dat stelt Ad de Jong, Gz-psycholoog en seksuoloog in de zorg voor mensen met een LVB, in een bijdrage die hij onlangs gaf op de landelijke studiedag over seksualiteit bij mensen met een LVB. “Voor onszelf denken we vaak over seksualiteit vanuit een gezonde behoefte, maar wanneer het gaat over mensen met een verstandelijke beperking wordt er heel erg vanuit risico’s gedacht. Maar ook zij wensen een fijne relatie, intiem contact, prettige seks en soms een kinderwens”. Het denken vanuit risico’s maakt dat er bij mensen met een LVB voorlichting gegeven wordt over seks om risico’s te vermijden, waardoor een gezonde seksuele ontwikkeling eerder in de weg gestaan wordt, dan bevorderd. 

Visie LVB en seksualiteit

seksuele voorlichting lvb licht verstandelijke beperking begeleiding tips

Foto: Brett Sayer

De Jong: “Als je praat met begeleiders, dan merk je vaak dat medewerkers niet op de hoogte zijn van de visie van de organisatie op seksualiteit en relatievorming. Vaak is die er overigens ook helemaal niet”. In zo ’n situatie is het aandacht geven aan seksualiteit heel afhankelijk van de persoon van de begeleider. Ook worden mensen met een LVB in de praktijk vaak naar een externe voorlichting gestuurd of wordt een voorlichter voor korte duur binnen gehaald. “Maar het zouden juist de teamleden die dagelijks met de cliënten te maken hebben zélf moeten zijn, die hierover met hen praten”.

Behalve begeleiders, spelen ouders een heel belangrijke rol waar het gaat over de seksuele voorlichting  en -ontwikkeling van hun kind met een LVB. “Sommige ouders vinden praten over seksualiteit en relaties vanzelfsprekend, maar andere ouders vinden dat je hun kind maar op ideeën brengt. Vaak hoor je dan dat ze geen slapende honden willen wakker maken, of dat ze wel aan seksuele voorlichting of seksuele opvoeding beginnen als hun zoon of dochter daar volgens hen ‘aan toe is’. Maar juist daardoor kom je dan vaak te laat”, aldus de Jong.

Seksuele voorlichting

Volgens de Jong zijn er vier vormen waarin aandacht gegeven kan worden aan seksualiteit bij mensen met een LVB. De eerste is door als begeleider een voorbeeldfiguur te zijn. “Richting elkaar, maar ook hoe je je richting cliënten en hun ouders opstelt. Zoen je ouders wanneer je ze ziet? Hoe ga je als manager om met je medewerkers? Raak je ze wel of niet aan? Dat soort dingen”.

Maar het kan niet blijven bij het geven van het goede voorbeeld in omgangsvormen met anderen. Een tweede manier van aandacht geven aan seksualiteit bij mensen met een LVB, is door wanneer de kans zich voordoet voorlichtingsmomenten in te bouwen. Jongeren met de kenmerken van een licht verstandelijke beperking vinden het immers vaak moeilijk om vragen over seksualiteit te stellen aan een begeleider of een ouder. Daardoor hebben ze nog al eens de neiging om een opmerking te laten vallen terwijl de begeleider met iets totaal anders bezig is. Ze hopen dan dat die opmerking opgepakt wordt, maar direct vragen durven ze vaak niet.

De Jong: “Waarom hebben meisjes geen piemel? En hoe plassen ze dan? Ben je als begeleider voorbereid op zulke momenten? Want je moet dan wel reageren!” En als de situatie niet geschikt is voor een uitgebreid antwoord? “Respecteer dan de vraag en geef aan dat het een goede vraag is, maar wel een moeilijke, en dat je er op een ander moment op terug komt”, beveelt de Jong aan.

Geplande aandacht

Behalve spontane, moet er ook geplande aandacht zijn voor seksualiteit in de zorg voor mensen met een LVB. Het gaat dan om het terugkomen op dit soort vragen, maar ook omdat er aan het onderwerp gelieerde behandeldoelen zijn, of omdat het in de media speelt. “Het helpt soms ook om zulke momenten even met ouders en collega’s voorbereiden, zodat je beter toegerust in gesprek gaat”, aldus de Jong.

“En wie het echt goed wil doen, doet dat ook nog structureel. Neem seksualiteit en seksuele voorlichting op in het ondersteuningsplan van de jongere. Ga ook in op seksualiteit in bepaalde levensfasen zoals de puberteit of de menopauze. Breng het onderwerp in tijdens cliëntbesprekingen en ondersteuningsplan-besprekingen”.

Seksualiteit is ingewikkeld

Wie stilstaat bij de elementen waaruit gezonde seksualiteit en relatievorming bestaat, beseft al snel dat het aan wel heel veel criteria moet voldoen. De Jong: “Je moet begrip hebben van wat er gaat gebeuren, je moet begrijpen wat wel en niet normaal is, je moet affectie snappen, de gevolgen kennen, weten dat er mogelijkheden zijn om ‘nee’ te zeggen, dat je eerlijk moet zijn, dat je niemand moet dwingen… Dat zijn nogal wat zaken waar je iets mee moet. Met name jongens met een LVB verzuchten wel eens dat ze niet snappen wanneer ze het goed doen. ‘Ik heb het toch gevraagd? En nu heeft ze aangifte gedaan!’. Dat zijn vaak hele lastige dingen voor hen om te begrijpen”.

10 tips voor begeleiders

De Jong geeft tenslotte nog tien tips voor professionals ten aanzien van de seksuele voorlichting aan mensen met een LVB:

  1. Geef altijd zelf het goede voorbeeld. Dat geldt zowel voor wat je doet als voor wat je niet doet;
  2. Begin vroeg met praten over seksualiteit en wacht niet tot je vindt dat je cliënt met een LVB eraan toe is. Seksuele opvoeding en seksuele voorlichting aan mensen met een LVB moeten vooraf gaan aan de ontwikkelingsfase waarin de jongere met seksualiteit bezig is. Je praat niet over menstruatie als iemand al menstrueert. Dat doe je ruimschoots daarvoor;
  3. Probeer op de hoogte te blijven van waar de jongere naar kijkt op internet of TV. Cliënten kijken vaak porno en denken dat dingen normaal zijn, die dat niet zijn. Toon belangstelling daarin, maar voorkom dat je nieuwsgierig gaat doen;
  4. Sluit zoveel mogelijk aan bij hetgeen in het nieuws is op TV, of bij wat er speelt op school of op het werk van de cliënt;
  5. Creëer een situatie waarin je elkaar niet direct hoeft aan te kijken. Vroeger was de afwas daar een mooi moment voor. Laat de cliënt de baas zijn over de informatie die hij geeft. Vragenderwijs een voorlichtingsgesprek starten, kan afstotend werken. Geef eerst voorbeelden of informatie en vraag dan pas aan mensen wat ze daarvan vinden. Respecteer hun privacy.
  6. Wees je ervan bewust dat vragen confronterend kunnen zijn voor mensen met een LVB en op die manier een gesprek ook onnodig kunnen belasten;
  7. Gebruik in seksuele voorlichting aan jongeren met een LVB boeken, plaatjes, video’s en spelvormen naast brochures en informatieve internetsites. Soms krijg je als begeleider een woord dat je erg vulgair vindt, niet uit je strot. Dan verkramp je ook in het gesprek. Maak dan duidelijk dat er andere woorden voor zijn en zoek een woord waar je allebei mee uit de voeten kunt. Maak samen eens een woordenboek met gepaste humor. Zorg dat ze snappen dat een vulva geen Zweeds meubelstuk is. Je moet evenmin altijd aansluiten bij het woordgebruik van de cliënt;
  8. Moedig jongeren met een LVB aan om een eigen mening te vormen over seksualiteit en relaties;
  9. Alle bizarre of grensoverschrijdende vormen van gedrag die een gevaar zijn voor de persoon zelf of anderen moeten heel duidelijk begrensd worden. Dat kun je doen door structureren, afleiden, verbieden, aanpassen en verduidelijken. Dit vraagt om verdieping in het gedrag, maar soms ook om vrijheid beperkende maatregelen;
  10. Alles wat vanzelfsprekend lijkt, is dat niet zo maar voor mensen met een LVB. Wees expliciet over vriendschap, romantiek, intimiteit, cadeautjes, seks en afspraakjes, maar ook over lichaamstaal en gewenst en ongewenst gedrag. Het is nodig om daar beelden of scenario’s bij te gebruiken met bijpassend taalgebruik.

“Maar het allerbelangrijkst”, zo stelt de Jong, “is dat seksuele voorlichting en -opvoeding van jongeren met een LVB start bij positieve seks en niet bij seks als risico. Ga uit van wat wél mag, waar dat mag, wanneer en met wie, in plaats van leren van fouten en wat er allemaal juist níet mag”.

Interessant artikel? Meld u dan nu aan voor onze gratis nieuwsbrief en mis nooit meer iets!

Soortgelijke artikelen