Blik op hulp

De paradox van de sociale wijkteams

De paradox van de sociale wijkteams
april 09
14:23 2014
veiling zorg gemeente

Drs. Carin Wevers is vrijdenker, filosoof, docent aan Zuyd Hogeschool en vaste columnist van Blik op Hulp

Het is een van de beste ideeën van de afgelopen jaren: de sociale wijkteams, of  de krachtteams of ‘nieuwe’ wijkteams, er circuleren diverse termen. Niet dat het een nieuw idee is overigens, het is eerder een terugkeer naar de roots van het sociale werk, een terugkeer naar het oude opbouw- en maatschappelijk werk waar generalisten aan het roer stonden met een holistische kijk op mens en samenleving.

In de sociale wijkteams, zo is de bedoeling,  nemen de vertegenwoordigers van verschillende instellingen zitting opdat de samenwerking vlotter gaat en we het al jaren bestaande fenomeen kunnen tegengaan waar cliënten meerdere hulpverleners over de vloer krijgen die geen enkele notie hebben van elkaars bestaan, laat staan van elkaars interventies. De hoeveelheid gespecialiseerde hulpverleners die zich bijvoorbeeld met een multi-problem gezin bezig houden is de afgelopen decennia exponentieel gegroeid. Een van de doelen van de invoering van de marktwerking was nu juist om dit tegen te gaan. De werkelijkheid laat zien dat het alleen maar erger is geworden. Iedere instantie biedt een ‘stukje specialistische’ hulp en krijgt daarvoor een ‘stukje’ financiering en probeert zijn ‘stukje’ derhalve zo groot mogelijk te maken. Waar vroeger de ondoorzichtige bureaucratisering van de overheid de oorzaak was voor inefficiënte hulp daar wordt dit  tegenwoordig veroorzaakt door de dodelijke concurrentie op de zorgmarkt.  En onze dubbel-gediagnosticeerde cliënt met zijn multi-problem gezin heeft nog steeds een dagtaak aan het invullen van het zoveelste aanvraagformulier en het voeren van het zoveelste intakegesprek.

Het sociale wijkteam als wondermiddel

Alle hoop is nu dus gevestigd op die sociale wijkteams, die aan deze verspilling van energie, geld en – last but not least – kwalitatief slechte hulp, voorgoed een einde moeten maken. Eindelijk effectieve hulp gebaseerd op analyses van deskundigen die met elkaar en samen met de cliënt gaan zorgen voor een hulpverleningsplan dat staat als een huis en waar ze samen op aanspreekbaar zijn.

Gek genoeg lijken de meeste instellingen erg enthousiast te zijn over deze innovatie en staan ze te trappelen om deel te nemen.  Dat is gek want velen zijn elkaars concurrenten en dat was toch een van de redenen waarom de samenwerking nu juist zo moeizaam verliep? Waarom zou je tijd en geld steken in samenwerken met je concurrent?  En nu staat men te popelen om met elkaar om de tafel te gaan zitten?

Zijn ze ineens geen concurrenten meer van elkaar dan?

Integendeel, de concurrentie lijkt moordender dan ooit. Als de specialismen wegvallen en daarmee ook de gespecialiseerde financiering en instellingen vooral generalisten in dienst moeten nemen, waarin kunnen ze zich dan nog van elkaar onderscheiden? We zien dat instellingen nu al bezig zijn om hun specialismen af te stoten om zo te laten zien (aan hun toekomstige financierders; de gemeente ) dat zij het best toegerust zijn voor deze nieuwe integrale aanpak.

Samenwerken om te kunnen concurreren

De rol van de gemeenten is immers om de Sociale wijkteams optimaal te faciliteren en zij doet dit door middel van het contracteren of subsidiëren van aanbieders. Sociale wijkteams worden zo voor instellingen de plek waar ze aan klantenwerving kunnen gaan doen. En dan is het ineens heel logisch dat je probeert te laten zien dat jouw instelling het best gekozen kan worden om hier zitting in te nemen.

Samenwerken om te kunnen concurreren, hoe paradoxaal willen we het hebben?

Samenwerken om te kunnen concurreren kan wel, het gebeurt dagdagelijks; onderlinge prijsafspraken  en kartelvorming zijn daar voorbeelden van…

Hoe stellen we vast op wiens caseload – lees op wiens begroting – de cliënt kan worden opgevoerd? Verdelen de hulpverleners de ‘buit’ of vechten ze elkaar de tent uit? Als ze de buit verdelen kunnen we met zekerheid voorspellen dat het idee “één cliënt , één plan, één hulpverlener niet gaat werken”. Of worden er quota vastgesteld van een minimaal of maximaal te behalen aantal cliënten per instelling en inventariseren we aan het eind van een begrotingsjaar wie er aan de beurt is?

Zie hier de onmogelijke opdracht van de sociale wijkteams binnen een systeem dat geleid wordt door de a-morele principes van de markt.

In een lezing waarin Daniel Giltay Veth vorig jaar een heldere analyse gaf over eigen kracht en sociale wijkteams stelt hij onomwonden dat er in elk sociaal wijkteam ruzie hoort te zijn anders is er iets niet in de haak. http://vimeo.com/80846771)

De sociale wijkteams kunnen alleen slagen als het concurrentieprincipe wegvalt en dat kan alleen als onze generalistische hulpverleners direct gefinancierd worden door de gemeente. Gemeenteambtenaar worden dus. Want alleen dan zijn er geen perverse prikkels meer en kunnen we oprecht vanuit deskundigheid kiezen voor het beste hulpverleningsplan en de beste hulpverlener. En alleen dan is het ook het goedkoopste plan!

Drs. Carin Wevers is vrijdenker, filosoof, docent aan Zuyd Hogeschool en vaste columnist van Blik op Hulp

Interessant artikel? Schrijf u dan nu in voor onze nieuwsbrief en mis nooit meer iets!

Soortgelijke artikelen

12 Reacties

  1. Heinsius
    Heinsius mei 29, 12:43

    Misschien ook leuk om eens te kijken naar wat welzijn nieuwe stijl vermag: http://www.npo.nl/2doc/27-05-2014/KN_1656352

    Overigens: “Welzijns teams”, “Hometeams”, teams van met elkaar samenwerkende concullega’s bestonden 30 jaar geleden ook al..

    Reageer op deze reactie
  2. Heinsius
    Heinsius mei 29, 12:09

    Waar concurrentie op de markt van Welzijn en Geluk kan leiden: Zie: “Doe het zelf zorg” http://www.npo.nl/2doc/27-05-2014/KN_1656352

    Reageer op deze reactie
  3. Norman Dragt
    Norman Dragt april 21, 23:52

    Misschien moeten we wel helemaal niet kijken naar hulpverlening aan multi-problematiek gevallen. Dat is een zorgverleners gedachte.

    Misschien moeten we wel toe naar de situatie waarin we mensen die moeite hebben met leven omdat ze veel verschillende hindernissen hebben om te overwinnen anders gaan bekijken, maar vooral beoordelen.
    – Wat kunnen deze mensen nog wel zelf?
    – Waar hebben ze absoluut hulp bij nodig?
    – Waar hebben ze ondersteuning nodig, zodat ze kunnen leren om voor zichzelf te zorgen?
    – Waar moet de samenleving haar oogkleppen afzetten om te accepteren dat deze mensen ook mensen zijn en geen te repareren androïden die een schroefje missen dat leidt tot handje vasthouden door hulpverleners afgevaardigd door de samenleving.

    Reageer op deze reactie
    • Marjolein van Vessem
      Marjolein van Vessem april 24, 21:24

      Wat zegt de betrokkene zelf? Wat wil de betrokkene zelf? Dat lijken me betere uitgangspunten dan denken voor iemand. Geef heldere grenzen aan, maar ga niet denken voor iemand. En er zijn mensen die echt de rest van hun leven hulp of ondersteuning nodig hebben. Dat kan gaan om gezinnen met, nu nog, jonge kinderen en dat kan gaan over hulpbehoevende ouderen.

      Reageer op deze reactie
      • Norman Dragt
        Norman Dragt april 29, 16:22

        Precies Marjolein een mooie herformulering.

        Reageer op deze reactie
      • Pascal
        Pascal juni 26, 17:51

        Wat wil de betrokkene zelf ???
        Natuurlijk moet je ook kijken wat wil de betrokkene zelf, maar stel dat die betrokkene zelf niet eens weet wat ie wil of hoe hij iets vorm moet geven.Een verslaafde bijv. wil zoveel maar of dat zoveel wel allemaal goed voor hem is betwijfel ik. Hoeveel mensen hebben er wel geen hulp nodig bij het opvoeden van kinderen of die kinderen die door hun ouders tot waanzin worden gedreven , ga je dan ook tegen die ouders zeggen ,Hr de Betrokkene en Mevr de Betrokkene ,zegt u het maar u weet zo goed waar u over praat.Het zal volgens mij toch echt wel een beetje van allebei moeten zijn ,anders komen ze dadelijk in een wirwar van mogelijkheden waar ze de bomen in een bos zelfs niet meer zien staan.

        Reageer op deze reactie
  4. Huup Peters
    Huup Peters april 20, 13:28

    Hoe anafhankelijk is de positie van de gemeente ambtenaar. Ook de gemeente moet sturen op bezuinigingen. Er moet een onafhankelijke client ondersteuning zijn. Daar moet ook de regie liggen. De client moet bepalen wie, wat, hoe, waarom en wanneer.
    Overigens deel ik de mening dat de marktwerking voor absurde concurrentie zorgt. Een gedeelde visie op het sociaal domein moet uitgangspunt zijn. Niet de rijken – het marktdenken – moeten bepalen wat goed is. Elk mens heeft recht op bestaanszekerheid. De inrichting van de samenleving moet principieel anders.

    Reageer op deze reactie
  5. Carin wevers
    Carin wevers april 14, 23:27

    Het juiste woord moet hier natuurlijk zijn:conculega’s

    Reageer op deze reactie
  6. Carin wevers
    Carin wevers april 14, 23:25

    Het juiste woord moet natuurlijk zijn: conculega’s

    Reageer op deze reactie
  7. PSYt
    PSYt april 14, 10:54

    Is de taart van het luilekkerland “gezondheidszorg” eindig?
    Dan zie je dat er gevochten wordt om vooraan te staan wanneer de taart wordt verdeeld. Is het wellicht tijd dat de client/patient (en betalende partij), meer gaat bepalen wie goed is, en wie niet.

    Reageer op deze reactie
  8. Frank
    Frank april 13, 14:53

    Een interesssant artikel dat stemt tot doordenken.
    Na lezing is de letterlijke betekenis van PARADOX gegoogled (niets is vanzelfsprekend, en communicatie begint met begrijpen van de taal). Dekt deze uitleg van PARADOX de boodschap van de schrijver? “Een paradox is een ogenschijnlijk tegenstrijdige situatie, die lijkt in te gaan tegen ons gevoel voor logica, onze verwachting of onze intuïtie. Ogenschijnlijk, omdat de vermeende tegenstrijdigheid veelal berust op een denkfout of een verkeerde redenering. Het is ook mogelijk dat de paradox een uitspraak is die verschillende semantische niveaus bevat.”

    Om wat voor soort PARADOX gaat het volgens de schrijver hier? Is hier sprake van een denkfout of van iets (bewust) anders als je spreekt over “sociale wijkteams”?

    Reageer op deze reactie
    • carin wevers
      carin wevers april 14, 13:24

      Het gaat om de paradox dat je moet samenwerken met je concurrent. Doorgaans bestrijden concurrenten elkaar op dezelfde markt, zeker als er sprake is van schaarste. Er bestaat ook al een nieuwe term voor deze verhouding: con-collega’s.

      Reageer op deze reactie

Schrijf een reactie