Blik op hulp

Thuiszitters-aanpak krijgt vorm in vier grote steden

Thuiszitters-aanpak krijgt vorm in vier grote steden

Foto: R. Serrano (CC BY-NC-ND 2.0)

Thuiszitters-aanpak krijgt vorm in vier grote steden
februari 07
13:16 2017

De vier grote steden (Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht) en acht samenwerkingsverbanden van scholen hebben afspraken gemaakt om het aantal thuiszitters terug te dringen. Daarmee worden de kinderen bedoeld die niet naar school gaan omdat er geen passend onderwijs voor hen te vinden is. Er wordt op ingezet dat deze kinderen sneller hulp krijgen vanuit de zorg, dat leerlingenvervoer geen probleem meer vormt als er een onderwijsplek is gevonden en dat het voorkomen van uitval prioriteit nummer één wordt.

Deze afspraken zijn bekend gemaakt voorafgaand aan de tweede zogeheten “Thuiszitterstop”. De afspraken zijn een regionale uitwerking van het landelijke Thuiszitterspact. Dat werd vorig jaar gesloten om voor te zorgen dat in 2020 niet één kind langer dan twaalf weken thuis zit zonder passend onderwijs.

‘Het gesloten akkoord kan nu echt zorgen voor een landelijke doorbraak’, zegt Marc Dullaert, die namens de landelijke overheid met alle betrokken partijen overleg heeft gevoerd om. ‘Er is hier een unieke brug geslagen tussen de gemeenten en de samenwerkingsverbanden. En als dit in de G4 kan, dan moet het overal kunnen.’

Concrete doelen

Er zijn nu concrete doelen afgesproken. Zo moet het aantal thuiszitters jaarlijks met minimaal 25 procent dalen. ‘We hebben in Rotterdam gezien dat het helpt om concrete doelen te stellen. Daarom doen we dit nu in de hele G4’, zegt Hugo de Jonge, wethouder van Rotterdam. In 2016 zaten in totaal 4.200 kinderen meer dan twaalf weken thuis. Een fors deel daarvan komt uit de vier grootste steden van ons land.

Het aantal kinderen dat is vrijgesteld van onderwijs, omdat ze vanwege een lichamelijke beperking  of psychische problematiek geen onderwijs kunnen volgen, moet volgens deze afspraken ieder jaar met tien procent afnemen. Door snelle beschikbaarheid van zorg, zouden vrijstellingen voorkomen kunnen worden. Leerlingen kunnen daardoor met de juiste ondersteuning gewoon naar school met hun eigen vriendjes en vriendinnetjes.

Daarvoor moeten wel alle partijen om tafel. ‘Samenwerken is de sleutel. Dat zien we hier in Amsterdam, waar leerplicht, zorg en onderwijs samen oplossingen zoeken voor thuiszitters’, zegt Simone Kukenheim, wethouder in Amsterdam.

Preventie thuiszitten

Bovendien gaat preventie een belangrijkere rol spelen. Binnen het onderwijs gaan jeugdhulpteams op verkenning uit om te bezien welke leerlingen een vergrote kans hebben om uit te vallen. Leerplichtambtenaren gaan op gezette momenten overleggen met jeugdartsen en ook langdurig ziekteverzuim moet voortaan gemeld worden bij het samenwerkingsverband. ‘Thuiszitten is het slechtste wat een kind kan overkomen. Juist door preventie en samenwerking zorgen we ervoor dat kinderen een passende plek op school hebben’, aldus Jeroen Kreijkamp, wethouder in Utrecht.

Ook de inkoop van jeugdhulp zal vanaf nu samen met het samenwerkingsverband worden bepaald, zodat het past bij wat de thuiszitters nodig hebben. Vaak is een wachtlijst voor psychische hulp voor tieners reden om niet naar school te gaan. De steden willen daar vanaf. ‘De drempel voor deze zorg wordt verlaagd: thuiszitten is een bedreiging voor de ontwikkeling van een kind en dus reden genoeg om specialistische hulp te krijgen van de jeugd-GGZ’, aldus Ingrid van Engelshoven, wethouder in Den Haag.

Een goede zaak, vindt Marieke Dekkers, lid van het college van bestuur van samenwerkingsverband Koers VO in Rotterdam, omdat de oorzaak van thuiszitten bijna altijd een combinatie is van zowel van onderwijs- en jeugdhulpproblematiek en daarmee een gezamenlijke verantwoordelijkheid van school, samenwerkingsverband en gemeente.

Iedereen hard aan het werk voor thuiszitters

De bewindspersonen Dekker en Van Rijn zijn blij met de afspraken. ‘De thuiszittersproblematiek is complex. Het blijkt heel lastig te zijn om kinderen snel terug in de schoolbanken te krijgen. Daarom is het goed dat iedereen – en juist ook de G4 – nu zo hard aan het werk zijn om deze kinderen te helpen’, aldus Dekker. De staatssecretaris voegt daar aan toe: ‘Er is voor regio’s geen excuus meer om achter te blijven. Dit is het moment om de handen uit de mouwen te steken.’

De G4 vragen ook hulp van het rijk, onder meer bij het verbeteren van de verzuimregistratie, de steun aan gemeenten en samenwerkingsverbanden, steun van justitie om rechtszaken zo goed en snel mogelijk af te handelen en integraal toezicht van de inspecties. ‘Wij kijken gezamenlijk waar we mee kunnen helpen’, stelt van Rijn. ‘Uiteindelijk moeten alle barrières geslecht, of ze nou lokaal of nationaal zijn, of op de terreinen van onderwijs, zorg of justitie, zodat deze kinderen gewoon naar school kunnen.’

Interessant artikel? Meld je dan aan voor de gratis nieuwsbrief en mis nooit meer iets!

Mee discussiëren over dit artikel? Dat kan in onze LinkedIn-groep.

Over de auteur

Redactie

Redactie

Soortgelijke artikelen