Blik op hulp

Begrip van stresstaal migrant is cruciaal voor vroegtijdige herkenning

Begrip van stresstaal migrant is cruciaal voor vroegtijdige herkenning
november 03
11:32 2020

“Stresstalen”. Zo noemt Dr. Carl H.D. Steinmetz de begrippen, metaforen, gedragsregels en gezegden die horen bij geestelijke en lichamelijke ziektes en de culturele verklaringen daarvoor. Blik op Hulp interviewde hem naar aanleiding van zijn bijdrage aan het online congres over psychische problemen bij migranten en vluchtelingen.

Stresstaal

Stresstaal is van alle culturen. Zowel westerse als niet-westerse culturen blijken een breed scala te hebben van uitdrukkingsvormen met betrekking tot stress en andere toestanden van geestelijk niet-welzijn: “De westerse stresstaal kennen we allemaal. Denk aan begrippen in de volksmond, zoals ‘hij is gestrest’, ‘zij heeft een traumaatje’, of ‘hij is geprikkeld'”, legt de bevlogen psycholoog uit.

Maar stressbegrippen uit niet-westerse landen zijn vaak moeilijker te herkennen voor westerse hulpverleners. Zo zegt men in delen van de Arabische wereld, wanneer men ‘tintelingen’ in het brein ervaart: ‘ik heb mieren in mijn hoofd’. Het woord ‘Dhat’ duidt bij Afghaanse en Iraanse jongemannen op sperma verlies als zij urineren en hun behoefte doen. In die culturen hoor je ook over Deltanghi, wat ‘mijn hart is te klein’ betekent.

Filosofische opvattingen

In de Niet-Westerse wereld is de stresstaal veelal geborgd in eigen filosofische opvattingen, zoals Ubuntu in Afrika onder de Sahara en de Ayurvedische leer in India en Pakistan. Steinmetz: “Die borging verschaft mensen die afkomstig zijn uit Niet-Westerse landen een ‘echte’ stresstaal en een context waarmee zij uitdrukking kunnen geven aan hun lichamelijke en geestelijke ziekten. Het onderscheid tussen geest en lichaam wordt in de Niet-Westerse wereld immers niet gemaakt, daar zijn geest en lichaam één”.

Voor stress naar de cardioloog

Het signaleren van stresstaal van mensen met een niet-westerse achtergrond is op sommige momenten moeilijker dan andere, legt Steinmetz uit: “Van de ene kant kunnen we niet horen en kennen wat we niet weten. In het constructionisme in de psychologie zeggen we daarom tegen mensen: ‘Mag ik uw bril lenen? Want dan weet ik wat u ziet’. Via informatie verwerven, goed luisteren en het format dat Steinmetz in zijn boek Stress Languages aanreikt kun je als behandelaar of begeleider een stap verder komen. Van de andere kant zullen veel immigranten hun stresstaal niet met een behandelaar delen, omdat zij veel ervaring hebben met niet worden gehoord en begrepen. Zo komt het met regelmaat voor dat Afghaanse patiënten merken dat hun huisarts hen verwijst naar de cardioloog als zij het woord Deltanghi gebruiken en daarbij uitleggen dat de ruimte waar hun hart zich in bevindt te klein is, terwijl zij eigenlijk stress ervaren.

Grootfamilie

In de westerse hulpverlening wordt steeds meer ingestoken op het betrekken van het sociaal netwerk van cliënten. Zeker in het werken met mensen met een migratie-achtergrond is dat een must. Steinmetz: “Bij niet-westerse immigranten en mogelijk ook bij westerse immigranten zou de hulpverlening moeten openstaan voor de inbreng van sleutelfiguren uit de zogeheten Grootfamilie van de patiënt. Daarmee bedoelen we een vier- of meer generatie familie. De hulpverlening zou hen moeten vragen of zij willen meedoen aan de behandeling. De stelregel is dat sleutelfiguren uit de familie meedoen aan het formuleren van de diagnose, hypothesen en behandelplan. In de Grootfamilie wordt hierover onderhandeld. Als de sleutelfiguren niet bij de behandeling worden betrokken, mag je ervan uit gaan dat mensen in de regel niet zullen komen opdagen voor je hulpverleningsaanbod. Als de patiënt zich graag beter wil voelen, maar de grootfamilie is het niet eens met de behandelaanpak, dan zullen mensen weg blijven”.

Ontwitten

De GGZ hulpverlening zou volgens Steinmetz van basis tot tweedelijns beter moeten leren inspelen op hulpvragen van westerse en niet-westerse immigranten, vluchtelingen en expats. “Expats worden vaak vergeten omdat zij niet als ‘zielig’ worden gepercipieerd”, licht Steinmetz toe. “Dat vergt een behoorlijke verandering. Het sleutelwoord daarbij is representatie. De GGZ instelling zal qua werkmethodieken, personeel, gebouw en behandelaanpak een afspiegeling moeten zijn van dat wat haar patiënten nodig hebben. Oneerbiedig gezegd noem ik dat ‘Ontwitten’ van de instelling. Laat ik dat concreet maken voor het gebouw. Het gebouw moet een gebouw zijn waar mensen uit oorspronkelijk niet-westerse landen zich prettig voelen, dus kleuriger, geen kleine spreekkamers waar alleen plaats is voor twee personen en gezellige wachtruimtes waar elkaar ontmoeten centraal staat. Een gebouw wat er dus meer uitziet als een bazaar”.

Aanpassen aan westerse hulp

Een populaire maatschappelijke opvatting is dat immigranten, vluchtelingen en expats zich zouden moeten aanpassen aan de westerse hulpverlening. Zit daar dan niet ook iets in? Steinmetz: “Het antwoord op die vraag ligt ten grondslag aan de ‘witheid’ van de instelling. Om dat aanpassen te onderbouwen, wordt een beroep gedaan op: ‘WIJ zijn de meerderheid en ZIJ de minderheid’. Maar dat argument gaat niet meer op. Zeker niet in superdiverse steden, want daar is de som van alle immigranten, vluchtelingen en expats de meerderheid. Een ander argument dat ik veel hoor is: ‘Zij moeten integreren’. Dat argument is gebaseerd op de ouderwetse theorie en een achterhaald begrippen apparaat. Met zo’n opgroep tot integratie wordt eigenlijk bedoeld: ‘zij moeten assimileren’: zich volledig aanpassen aan de Nederlander. Daarop is bijvoorbeeld ook de Nederlandse cultuur- en geschiedenis canon gebaseerd. Intussen wordt gelukkig steeds breder erkend dat een mens meerdere identiteiten kan hebben, zoals Marokkaan en Nederlander waarmee het integratie argument in de prullenbak terecht is gekomen”.

Black Lives Matter

Ten slotte verwijst Steinmetz naar de relevantie van de Black Lives Matter beweging voor de hulpverlening. “Een belangrijke stap op weg naar een holistische hulpverlening in Nederland is de erkenning door ‘witte’ Nederlanders dat zij dag in dag uit racistische beslissingen nemen, racistisch gedrag vertonen, mensen uit andere landen achterstellen in het onderwijs, de arbeidsmarkt en hulpverlening en racistisch-exclusief gebruik maken van hun machtspositie. Ik wens hen reflectie op hun eigen bijdrage aan racisme en achterstelling toe, het leren formuleren van verbeterpunten en het in gang van een zo noodzakelijke verandering waar racisme en achterstelling wordt uitgebannen”.

Carl Steinmetz zet zijn zienswijze verder uiteen in een video-college op het online congres over psychische problemen bij migranten en vluchtelingen en in zijn boek “Stress Languages: Disease & Illness Stories from Non-Western Countries”. Later dit jaar komt dit boek ook uit in een Nederlandse vertaling.


Dr. Carl H.D. Steinmetz is psycholoog. Hij richt zich op het bevorderen van tolerantie en rechtvaardigheid vanuit het kennisdomein van de (transculturele) psychologie/ therapie en victimologie vanuit zijn organisatie Expats & Immigrants.


Interessant artikel? Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief en mis nooit meer iets!

Mee discussiëren over dit en andere artikelen kan in onze LinkedIn-groep.

Soortgelijke artikelen