Blik op hulp

“Verbind de kracht van de jeugdwet met de kracht van de straat”

“Verbind de kracht van de jeugdwet met de kracht van de straat”
juni 22
13:24 2021

Hulpverlenen doe je niet vanuit de systeemwereld waar je als hulpverlener deel van uitmaakt, maar vanuit de leefwereld van de jongeren zelf. Een jongere interesseert het tenslotte niets of je een preventieve of een zorgverlenende taak hebt. Als ze maar geholpen worden. Blik op Hulp interviewde straathoekwerker Kim Jolink over het werken op het raakvlak van preventie en zorg. Zij zal daarover ook spreken op het congres “Het belang van het kind”. Haar oproep: verbind de kracht van de jeugdwet met de kracht van de straat.

Dicht bij gezinnen

De gehele decentralisatie jeugd ging over het positioneren van de jeugdhulp dicht bij de gezinnen, vanuit de leefwereld in de wijk. Kim Jolink is kritisch over de manier waarop daar binnen veel gemeentes vorm en inhoud aan gegeven is. “De kritieke fout die hierbij volgens mij is gemaakt, is dat het in zijn geheel is vormgegeven vanuit de instituten in de systeemwereld. Begrijp me niet verkeerd, vanuit die instituten wordt inhoudelijk prima zorg geleverd. Maar het blijft op afstand, gestuurd door richtlijnen, methodieken en protocollen. Omdat dat nu eenmaal is hoe de professionals uit deze sector zijn opgeleid. Wanneer je vervolgens van deze mensen gaat verwachten dat ze uit het niets gaan werken vanuit de leefwereld, dan doe je tekort aan wat het  betekent om te werken vanuit de leefwereld. Dit gaat namelijk niet om het werken vanuit een kantoor in de wijk. Het gaat om wezenlijk vanuit een andere attitude en een andere invalshoek met jongeren aan de slag gaan. Vanuit een holistische visie, praktisch aansluitend op de alledaagse vraagstukken van het geleefde leven vanuit een voortdurende aanwezigheid in de wijk.”

Cultuuromslag

De hulpverleningscultuur is er vaak één die berust op gezette tijden, vaste structuren van intake, diagnostiek, werkplan en afronding van een traject. “Als je daarin een cultuuromslag verwacht, dan zul je daar ook scholing in moeten aanbieden en ontwikkeling mogelijk kunnen maken”, stelt Jolink. “Wat op zich ook alweer bijzonder is, omdat er al een hele colonne werkers in die leefwereld actief is. Wanneer die werkers en de jeugdzorgwerkers de handen ineen slaan, dan zou het proces organisch op gang moeten komen.”

Samensmelting

Dat klinkt abstract, maar het is voor Kim Jolink super concreet. Zij houdt zich in het dagelijks leven tenslotte bezig met het invoeren van Streetcare: een werkmethodiek die zich richt op het raakvlak tussen preventie en zorg. Streetcare richt zich dan ook niet op het hervormen van het gehele stelsel zoals het is ingericht, maar op het aanvullen van dat stelsel met een informele rol, werkend vanuit presentie, vanuit de wijk en samen met jongeren en hun gezinnen. Kim Jolink: “De werkwijze is een samensmelting van preventie en repressie. Uitsluitend werken vanuit verbinding brengt bij bijvoorbeeld de ontwikkeling van crimineel gedrag onvoldoende verandering op gang. Maar aan de andere kant is het ook zo dat slechts inzetten vanuit repressie ook niet werkt. Grenzen stellen aan gedrag en bijsturen kent het meeste effect wanneer het gebeurt vanuit verbinding.” 

Stevige samenwerking

De visie van Streetcare is dat een stevige samenwerking tussen straathoekwerk en jeugdzorg een onderdeel van de gehele decentralisatie had moeten zijn. “We beogen dat met deze werkmethodiek alsnog voor elkaar te krijgen”, zegt Kim Jolink. “Het vraagt wel dat beide partijen naar elkaar toe gaan bewegen, de jeugdzorgmedewerker krijgt middels deze werkmethodiek beter inzicht in de doelgroep jongeren die neigt naar crimineel gedrag. De straathoekwerker krijgt meer handvatten om ook vanuit het gezinssysteem en de kaders van de jeugdwet te kunnen opereren.”

Presentie

Present zijn speelt binnen Streetcare dan ook een belangrijke rol. Kim Jolink: “Presentie is een geheel andere manier van aansluiten. Vaak wordt met presentie bedoeld dat je altijd beschikbaar en aanwezig bent. Maar het is méér dan dat. Het is een attitude, een basishouding, waarin je als professional zegt ‘ik ben er, en ik doe dat wat het moment en de tijd van mij vraagt om te doen’. Het vraagt van je om hokjes en kaders los te laten, jezelf te profileren als mens in de wijk en vanuit die mens te handelen.”

Streetcare giet er echter wel nog een extra sausje overheen. “Omdat je in het werken met jongeren meer bent dan alleen die sociaal werker die een jongere ziet en hoort. Je hebt ook een opvoedkundige taak met betrekking tot de maatschappij. Binnen de Streetcare betekent presentie: ik zie je, ik hoor je, ik ben er onvoorwaardelijk voor je. Maar ik tolereer je gedrag niet en ik ga je helpen om die shit op te lossen”.

Presentie in de samenwerking

Daarnaast zou Jolink het toejuichen als de professional presentie meer zou weten in te zetten in het samenwerken met elkaar. “Ook dat gebeurt helaas nog altijd teveel vanuit de leidende protocollen en richtlijnen zoals we ze vanuit de systeemwereld met elkaar hebben opgesteld”, stelt Kim Jolink vast. “Daar waar presentie richting je cliënt betekent dat je gaat onderzoeken wie je voor de ander kunt zijn, wil ik iedereen uitdagen door die bril eens naar de netwerkpartner te kijken. Volgens mij is dat de sleutel naar de integrale jeugdzorg. Kijk naar wie je voor elkaar kunt zijn in plaats van waar wiens verantwoordelijkheid ligt!”

Geen grip

Vanuit Streetcare worden alledaagse begeleidingsvraagstukken rondom complexe jongeren opgepakt. Het zijn vaak jongeren waar de maatschappij grip op kwijt lijkt te raken, die uit dreigen te vallen in het onderwijs of het maatschappelijke leven, middelengebruik, complexe gezinssituaties en af dreigen te glijden naar (licht)crimineel gedrag. “Het is met name het wantrouwen naar de maatschappij, vaak opgebouwd vanuit de straatcultuur, wat maakt dat deze doelgroep weinig tot geen sturing vanuit de jeugdhulp uit de systeemwereld accepteert”, legt Kim Jolink uit. “De aanpak van Streetcare, vanuit de eigen wijk, vanuit een vooraf opgebouwde verbinding, maakt dat de jongeren zich wel laten sturen. Wat wij veel zien is dat er vaak stapeling van zorg plaatsvindt, ingezet vanuit een bepaalde onmacht. Ze krijgen er vervolgens geen grip op, dus blijven ze proberen te interveniëren om de jongere te ‘vangen’. Van gezinstherapie tot gespecialiseerde individuele begeleiding tot uithuisplaatsingen aan toe.”

Bij het woord ‘straatcultuur’ denken veel mensen aan de grenzen opzoeken en eroverheen gaan. Kim Jolink relativeert dat beeld: “Straatcultuur betekent niet altijd per definitie gedragsproblematiek. Net zoals wantrouwen naar de systemen niet altijd per definitie de noodzaak tot gespecialiseerde inzet met zich meebrengt.”

Minder specialistische hulpverlening

Door de alledaagse begeleiding vorm te geven vanuit Streetcare, blijkt in elk geval voor deze inzet van begeleiding geen specialistische hulpverlening nodig. “Dat wil niet zeggen dat deze nooit wordt ingezet. Soms liggen er ontwikkeldoelen die wel om deze inzet vragen en dan wordt er ook puur en alleen op deze doelen gespecialiseerde jeugdhulp ingezet. We hebben nu al gezien dat bij het inzetten van deze vorm van begeleiding bij slechts 5 jongeren, al is gekomen tot een effectieve besparing van 80.000 euro. Puur en alleen omdat deze alledaagse vorm van begeleiding niet uit de specialismen hoeft te komen. Bij al deze jongeren is er evengoed wel iets van specialistische inzet geweest, maar die was dan kortdurend en er ontstond een gezond samenspel tussen op- en afschalen van zorg zoals altijd de wens is geweest in de decentralisatie. In de marge blijkt ook nog eens dat als eenmaal wat rust gecreëerd is, er veel minder noodzaak lijkt te zijn tot fors ingrijpen met bijvoorbeeld systeemtherapie of uithuisplaatsing. Dat komt vooral door anders aan te sluiten, maar ook door met een andere bril naar de problematiek te kijken en niet direct in de ‘behandelstand’ te springen.”

Valkuil

Volgens Kim Jolink moeten jeugdzorgwerkers dus meer naar de kijk van de leefwereld toe bewegen en de straathoekwerkers meer naar de gezinssystemen en de kaders van de jeugdwet. Wat maakt dan dat dit niet allang gebeurd is? Jolink: “Een veel gehoorde valkuil in de samenwerking is de vertrouwensrelatie tussen de straathoekwerker en de jongere. Wil het straathoekwerk deze positie kunnen nemen in de hele keten van jeugdzorg, dan zullen daarin echt stappen gezet moeten worden. Tegelijkertijd is het ook belangrijk dat de jeugdzorgwerker de doelgroep beter leert begrijpen, anders leert kijken en bij momenten zichzelf in staat stelt om te ‘normaliseren’. Alleen dan kan er samen gelaveerd worden tussen dat wat de kaders van de jeugdwet vragen en de alledaagse realiteit van sommige van onze jongeren”. 

Stabilisering

Om het concreet te maken, geeft Kim Jolink een praktijkvoorbeeld: “Een jonge meid van 14 experimenteerde met harddrugs. De thuissituatie werd al als instabiel omschreven en er werd steeds tussen een uithuisplaatsing en werken aan stabilisering gelaveerd. Ik zat vanuit mijn rol als straathoekwerker, in samenwerking met een collega die gespecialiseerd is in het vergroten van weerbaarheid in gezinnen, midden in het proces van stabiliseren toen deze situatie zich voordeed. De eerste primaire reactie van de jeugdzorgwerkers was doorpakken en een crisisplaatsing om de ontwikkelingsbedreiging te remmen. Dit was echter vooral een ingreep vanuit onmacht, omdat er geen grip leek te zijn. Maar vanuit mijn rol in de wijk had ik heel snel in de gaten wat er aan de hand was: een groep jongeren die zich ophield bij een volwassen man met een verstandelijke beperking in de wijk. Ik kon meteen schakelen met de betrokken hulpverlening, de wijkagent en andere jongeren die er kwamen. Ik kon letterlijk dat blok beton op de weg neerleggen om te blokkeren dat ze opnieuw die kant op zou gaan. Op deze manier kon ik ouders in staat stellen om grenzen te stellen, de jongere duidelijk maken dat de consequentie als er nog een keer deze stap werd gezet een crisisplaatsing zou zijn en vanuit daar de jeugdzorgwerker voldoende veiligheid bieden om alsnog het proces van stabiliseren voort te durven zetten. Uiteindelijk is de situatie stabiel, hebben we geen kind uit huis hoeven te plaatsen en hebben we de kracht van de jeugdwet verbonden aan de kracht van de straat”.

Ambities

Kim Jolink heeft volop ambities met Streetcare: “Op korte termijn zou ik Streetcare in onze eigen Limburgse regio willen uitbreiden, zodat we een stevig netwerk en een stevige werkwijze kunnen neerzetten. Op de lange termijn zou ik graag alle jeugdzorgwerkers en straathoekwerkers in Nederland willen scholen in dit gedachtegoed, zodat we landelijk de verharding van de jeugdcriminaliteit een halt kunnen toeroepen. In het najaar start de post-hbo opleiding Streetcare. Daarin worden enerzijds straathoekwerkers opgeleid in een diepere laag van hulpverlening richting jongeren en gezinnen, maar worden ook de jeugdzorgwerkers meegenomen in een andere kijk op de doelgroep en het aansluiten vanuit presentie. Ik ben er oprecht van overtuigd dat we het verschil in het jeugdstelsel kunnen gaan maken op deze manier”.

Op het congres “het belang van het kind” zal zij spreken over hoe met deze manier van werken het belang van het kind, de ouders én de samenleving gediend zijn.



Interessant artikel? Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief!

Mee discussiëren over dit en andere artikelen kan in onze LinkedIn-groep.

Soortgelijke artikelen