Blik op hulp

Uitzonderlijk hoogbegaafde komt moeilijk tot zijn recht

Uitzonderlijk hoogbegaafde komt moeilijk tot zijn recht
juni 24
16:50 2019

Zeer begaafde kinderen zijn de uitschieters van uitschieters die minder dan 1% van de bevolking vertegenwoordigen. Ze beschikken over verbazingwekkende cognitieve verwerkingscapaciteiten, buitengewone gevoeligheid en intensiteiten. Op het jaarlijks congres over hoogbegaafdheid, waarvan Blik op Hulp mediapartner is, spreekt Renata Hamsikova over deze subgroep van de grotere begaafde groep die bestaat uit opmerkelijke en unieke individuen. In een exclusief interview betoogt zij dat deze mensen een onverbiddelijk menselijk potentieel hebben. Ze hebben op hun best een onbegrensd enthousiasme, onverzadigbare nieuwsgierigheid, verhoogde energie en empathie en willen graag een bijdrage aan de wereld leveren. “Net als elke speciale groep met andere behoeften is het van vitaal belang dat we kennisvolle opvoeding, onderwijs en geestelijke gezondheidsrespons bieden die écht congruent is met hun intellectuele, emotionele, sociale, morele en talentgerichte behoeften”, aldus de specialiste in het onderwijs aan hoogbegaafden.

Uitzonderlijk hoogbegaafd

Hoogbegaafdheid is inmiddels een gevestigd begrip in de wereld van onderwijs en hulpverlening. De groep hoogbegaafden is echter verre van homogeen. Uitzonderlijk begaafde kinderen steken met kop en schouders uit boven de gemiddelde hoogbegaafde. Dit zijn kinderen die 145+ scoren op een IQ test of waarvan een specialist verklaart dat ze uitzonderlijk begaafd zijn. Hamsikova: “Deze kinderen zijn vaak slecht te testen en daarom is het klinisch oordeel van een specialist meestal nodig om een schatting te maken van het IQ. Vergeleken met hoogbegaafde kinderen zijn de behoeften van uitzonderlijk begaafde kinderen extremer en het is nog belangrijker dat voldaan wordt aan deze behoeften. Het zijn kinderen die asynchrone ontwikkeling laten zien. Als gevolg van hun hoge cognitieve vermogens en hoge intensiteit ervaren ze en relateren ze tot de wereld op een unieke manier. Dat maakt hen een bijzondere groep met veel potentieel”.

Sociale isolatie

Hoewel het grootste deel van leerkrachten hoogbegaafden als een homogene groep ziet, hebben onderzoekers grote verschillen gevonden tussen gemiddeld hoogbegaafde en uitzonderlijk begaafde kinderen. Hamsikova: “Een extreem hoogbegaafd kind met een IQ van 190 verschilt net zo veel van een kind met 130 IQ als dat kind op zijn beurt verschilt van iemand met een verstandelijke beperking met 70 IQ. De IQ waarde kan ons helpen bij het begrijpen van de fundamentele verschillen in mentale verwerking tussen gemiddeld hoogbegaafde en uitzonderlijk begaafde kinderen. Verschillen tussen gemiddeld en uitzonderlijk begaafde kinderen zijn niet beperkt tot de cognitie. Een IQ tussen 125 en 145 is ‘sociaal optimaal’. Kinderen met dit IQ hebben volgens onderzoek zelfvertrouwen en kunnen het vertrouwen van leeftijdsgenoten krijgen. Boven dit niveau wordt het verschil tussen uitzonderlijk begaafden en zijn leeftijdsgenoten zo groot dat er speciale ontwikkelingsproblemen ontstaan die te maken kunnen hebben met sociale isolatie. Zulke problemen komen vooral voor bij kinderen met een leeftijd tussen 4 en 9 jaar”.

Bedreigend en niet grappig

uitzonderlijk hoogbegaafdheidUitzonderlijk begaafde kinderen begrijpen volgens Hamsikova misschien niet goed wat hen anders maakt, maar ze weten wel dát ze anders zijn: “Andere kinderen voelen zich regelmatig bedreigd door hun ver ontwikkelde woordenschat en vinden hun geavanceerde humor niet grappig. Hun diepgaande interesses worden veelal niet gedeeld door klasgenoten. Het kan behoorlijk moeilijk zijn voor deze kinderen om ontwikkelingsgelijken te vinden. Ze vallen ook in hoogbegaafdenklassen op als anders en lopen daar vaak tegen dezelfde problemen aan als in het regulier onderwijs. Ook daar blijven ze dan gebrek aan uitdaging ervaren en voelen ze zich niet begrepen”.

Bijten en stoelen gooien

Een deel van uitzonderlijk begaafde kinderen valt echter helemaal niet op en niemand vermoedt dat ze hoogbegaafd zijn. “Ze passen totaal niet in hun schoolomgeving, onderpresteren en laten vaak storend gedrag zien. Andere kinderen trekken zich helemaal terug en dan wordt regelmatig gezegd dat ze autistisch gedrag laten zien. Wie zou dan nog denken dat zo’n kind uitzonderlijk begaafd is?”, stelt Hamsikova. “Ik ken een aantal kinderen die zich misdragen en uit pure wanhoop tot daden overgaan als de leerkracht bijten of met een stoel gooien. Meestal komen de ouders bij mij wanneer hun kind dreigt te verdwijnen in het speciaal onderwijs. Dat komt omdat tot dan toe niemand naar het kind en zijn behoeftes heeft gekeken als naar een uitzonderlijk begaafd kind. Tot op dat punt is men er meestal van uitgegaan dat een zich misdragend kind niet goed opgevoed is of dat het een stoornis heeft. Het is echt opvallend hoe weinig kennis er is over het gedrag van kinderen”, verzucht de begaafdheidsspecialiste.

IQ-test niet altijd bruikbaar

Zoals eerder gezegd, is een IQ test niet altijd bruikbaar voor kinderen met een extreem hoge intelligentie. Maar waardoor komt dat dan? Hamsikova: “Stel je voor dat de lengte van je kind op school gemeten wordt. Er hangt een meetlat tegen de muur aan en die gaat tot 140 centimeter. Kinderen die tot 140 centimeter komen, kunnen goed gemeten worden. Maar als je kind langer is dan die 140 centimeter en er geen andere manier is om hem te meten, kan de school je alleen vertellen dat je kind 140 cm lang is of minimaal 140 cm. Meer kun je niet uit het meten opmaken. Dit voorbeeld kan raar klinken, maar IQ tests volgen precies hetzelfde principe. Ze zijn niet ontworpen om het hele scala aan intellectuele en creatieve vermogens van de meest intellectueel gevorderde kinderen in kaart te brengen. Ook de ontwerpers van IQ tests geven toe dat de tests niet bedoeld zijn voor het testen van heel hoge IQ’s”.

Vaststellen uitzonderlijke begaafdheid

Een IQ-test kan niet altijd uitsluitsel geven. Maar wie of wat dan wel? Hamsikova: “Er zijn twee dingen belangrijk: allereerst heb je een specialist nodig die een ruime praktijkervaring heeft met hoogbegaafde en uitzonderlijk begaafde kinderen. Ten tweede moet deze specialist out of the box kunnen denken. Naast een IQ test en observaties van de tester zelf zijn observaties van de ouders nodig en een didactisch onderzoek dat afgenomen wordt door een andere specialist. Ook die tweede specialist moet weer veel ervaring heeft met uitzonderlijk begaafde kinderen. Al deze gegevens en observaties kunnen dan beoordeeld worden en alleen een ervaren specialist kan tot een goed onderbouwde conclusie komen. Het kan gebeuren dat tijdens de IQ test het kind – al dan niet op bepaalde onderdelen – lager scoort dan verwacht. Bij de beoordeling van de hoogte van intelligentie zijn de observaties van de tester en de gesprekken tussen het kind en de specialist belangrijk en meestal doorslaggevend. Als een uitzonderlijk begaafd kind getest en beoordeeld wordt door mensen die weinig ervaring hebben met de doelgroep, kan het gebeuren dat het kind verkeerd wordt begrepen of dat de testresultaten verkeerd worden geïnterpreteerd. Simon, die niet als uitzonderlijk begaafd op een IQ test scoorde, is bijvoorbeeld zo’n kind”.

Behoeften

Het vaststellen dat iemand uitzonderlijk begaafd is, is natuurlijk geen eindpunt. Sterker nog: dan begint alles pas. Ouders, leraren en hulpverleners blijken veelal niet weten wat ze aan moeten met een kind dat een heel hoog IQ heeft. Wat kunnen opvoeders, onderwijsgevenden en begeleiders of hulpverleners doen om te zorgen voor een passend pedagogisch en didactisch aanbod voor deze kinderen? “Leerkrachten die zich zorgen maken om de academische en sociale behoeftes van verstandelijk of fysiek beperkte mensen zeggen vaak dat deze kinderen het beste in de “minst begrensde omgeving” geplaatst kunnen worden. Dit betekent dat ze in de gewone klas terechtkomen waar ze om kunnen gaan met leeftijdsgenoten en blootgesteld worden aan meer lesstof dan mogelijk zou zijn in een speciale school. Maar de gemiddelde klas in Nederland is nooit de minst begrensde omgeving voor hoogbegaafden; voor uitzonderlijk begaafden is het waarschijnlijk zelfs de meest begrensde omgeving. Dit geldt ook voor hoogbegaafdenscholen, waar uitzonderlijk begaafde kinderen zelden tot hun recht komen. Hollingworth, in haar bekende onderzoek over kinderen met een IQ boven 180, waarschuwde al in de veertiger jaren dat uitzonderlijk begaafde kinderen moeten accepteren dat de meeste mensen die ze zullen tegenkomen heel anders zijn dan zijzelf: ‘The highly intelligent child must learn to suffer fools gladly – not sneeringly, not angrily, not despairingly, not weepingly – but gladly if personal development is to proceed successfully in the world as it is'”, citeert Hamsikova. “Onze taak als ouders en onderwijzers is daarom om het uitzonderlijk begaafde kind in een omgeving te plaatsen die zijn kansen om te socialiseren het minst beperkt. Onderzoek wijst uit dat een klas met leeftijdsgenoten vrijwel zeker niet de juiste omgeving is. Een klas met ontwikkelingsgelijken is, gezien het percentage kinderen, niet haalbaar. Daarom zullen ouders actief op zoek moeten gaan naar ontwikkelingsgelijken voor hun kind”.

Sociaal-emotioneel

Een kind met 160 IQ verschilt net zoveel van een kind met 130 IQ als dat kind weer verschilt van een gemiddeld kind met een IQ van 100. De onderwijsaanpassingen die kinderen met 145+ IQ nodig hebben, verschillen duidelijk van de aanpassingen die voor de gemiddeld hoogbegaafden gelden. De meeste materialen zijn ontworpen voor hoogbegaafde kinderen die rond de 130 IQ scoren. Het kan daarom moeilijk zijn gepaste uitdaging te vinden voor een zeer begaafd kind, zelfs in een plusklas. Zij denken veel sneller, kunnen materialen veel diepgaander verwerken, hebben een verhoogd bewustzijn en hogere sensitiviteit en intensiteit. Nóg hoger zelfs dan een hoogbegaafd kind met 130 IQ. Bovendien bestaan er aanwijzingen dat de sociale en emotionele ontwikkeling van zeer begaafde kinderen ook anders verloopt dan van de hoogbegaafde. Hamsikova: “Ze vertonen vaak een veel heftigere emotionele intensiteit, ze denken na over abstracte onderwerpen zoals vrijheid, gerechtigheid of oorlog, maar zijn misschien nog niet voorbereid op de emotionele impact van dit soort onderwerpen. Je kind kan het ene moment meer willen weten over het Vermoeden van Poincaré en een paar minuten later zijn jongere zus een harde schop geven. Dit kan verwarrend zijn voor zowel het kind als de ouders. Toch zijn zulke discrepanties uitingen van een normale ontwikkeling van dit zeer begaafde kind en moeten zij als zodanig geaccepteerd worden”.

Sociale problemen

Zoals gezegd kunnen kinderen met een zeer hoge intelligentie tegen een scala aan sociale problemen aan lopen. “Zo is het na hun schoolcarrière niet eenvoudig om interessant en moeilijk genoeg werk te vinden. Ze moeten leren domheid of incompetentie bij anderen te tolereren. Ze moeten proberen niet negatief te worden richting autoriteit. Het gevaar bestaat dat zij zich afsluiten. Ze lopen een verhoogd risico op het ontwikkelen van gewoontes van extreme vitterij. Dat soort dingen is buitengewoon sociaal beperkend”, somt Hamsikova op. “Wanneer een uitzonderlijk begaafd kind de leer- of de sociale omgeving ‘minder dan optimaal’ vindt, ervaart het dissonantie – een gevoel van vastzitten zonder een gewenste werkwijze. Het kind moet het milieu veranderen of zichzelf veranderen”.

Zelfbewustzijn en zelfbeoordeling

Dat is natuurlijk gemakkelijker gezegd dan gedaan, want het vereist het gebruik van een verfijnde combinatie van zelfbewustzijn en zelfbeoordeling om de situatie te modereren. Vaak reikt dit niveau van sociale activiteit buiten hun functionele capaciteiten. Hamsikova: “Soms duurt het te lang dat een uitzonderlijk begaafd kind in een ongeschikte omgeving moet functioneren. Dan lijken deze kinderen te zijn losgekoppeld van de prikkels, vooral als ze het milieu onveilig, onrechtvaardig of als niet stimulerend ervaren. Dit gebrek aan passende omgeving kan tot gevolg hebben dat het kind zich terug trekt en soms lijkt het zelfs ‘uitgeschakeld’. Andere uitzonderlijk begaafde kinderen reageren op de ongewenste omgeving met een energieoverschot die ze trachten kwijt te raken door beweging, snelle spraak, herhalende bewegingen of gebaren, zelfs spontane uitbarstingen die geen verband lijken te hebben met wat er om hen heen gebeurt. Ik ken een aantal kinderen dat zich zo extreem niet op hun plek voelden op school dat ze zijn weggelopen, de leerkracht hebben geslagen of gekrabd of met een stoel hebben gegooid. Dat is dus wat er kan gebeuren als er niet aan de behoeftes van deze kinderen wordt voldaan. Hun aangeboren verlangens zijn leren, bijdragen, creatief zijn en diep verbonden zijn met andere mensen, de natuur en ideeën. Als ze geen weg zien om deze verlangens na te streven, moeten ze de discrepantie compenseren, maar compensatie komt hen vaak duur te staan. Onderdrukte kinderen kunnen angst ontwikkelen of in het uiterste geval een depressie en zelfs suïcidale gedachten. Het gebrek aan mogelijkheden om zich emotioneel of geestelijk uit te drukken met gelijkgestemden, kan hun sociale en emotionele capaciteiten ernstig verstoren. Dat kan leiden tot het verstoren van de balans in hun algemene ontwikkeling”

Asynchrone ontwikkeling

Desgevraagd laat Hamsikova weten dat het belangrijkste dat iedereen die met deze kinderen werkt moet weten, is dat ze zich extreem asynchroon ontwikkelen. “Bij uitzonderlijk begaafde mensen is het zo dat de karakteristieken van hoogbegaafdheid veel meer, intenser en duidelijker aanwezig zijn”, licht ze toe. “Zo kan een uitzonderlijk begaafd kind abstracter denken, het kan veel intenser reageren, het kan meer stress en angsten ervaren en de vijf hooggevoeligheden van Dabrowski zijn veel duidelijker aanwezig. Voor de opvoeding en de begeleiding van een uitzonderlijk begaafd kind is het belangrijk dat ouders dit beseffen en het kind leren omgaan met zijn of haar intense emoties en andere aanwezige karakteristieken”.

Om dit te illustreren geeft Hamsikova een voorbeeld: “De 6-jarige Rachel leest op niveau 2e klas vwo, hoewel haar begrip “slechts” niveau groep 8 is. Ze kan vermenigvuldigen en delen, begrijpt breuken en decimalen, maar rekent op haar vingers, omdat ze nooit optellen en aftrekken en de tafels heeft leren automatiseren. Haar favoriete bezigheid thuis zijn paleontologie en astronomie; op school zijn haar favoriete interesses lunch en de pauze. Ze verzamelt postzegels en schaakt. Hoewel ze zich uren kan concentreren als ze met haar telescoop bezig is, kan ze niet stil zitten als ze zich verveelt. Ze huilt gemakkelijk, verliest vaak haar geduld, speelt de baas over andere kinderen als ze “het niet goed doen” en ze kan haar spullen niet bij elkaar houden. Ze heeft een verfijnd gevoel voor humor dat volwassenen ontwapent, maar wordt niet begrepen door andere kinderen. Zelfs als een programma voor hoogbegaafde kinderen beschikbaar is, zal dit waarschijnlijk niet aan haar extreme behoeften voldoen. Maatwerk is daarom altijd noodzakelijk”.

Versnelling

uitzonderlijk hoogbegaafdheidDe druk om erbij te horen en de realisatie dat “normaal doen” niet tot acceptatie leidt kan ervoor zorgen dat het hoogbegaafde kind besluit dat zijn interesses en vaardigheden ontkennen het niet meer waard is. “Kinderen die tot deze conclusie komen kunnen sociaal afgezonderd raken en liever zichzelf gezelschap houden”, legt Hamsikova uit. “Zo kunnen ze eerlijk met zichzelf over zichzelf zijn in plaats van het gezelschap van kinderen zoeken waarmee ze niets gemeen hebben. Ouders van kinderen die in de gewone klas met leeftijdsgenoten blijven, geven aan dat de wil om te presteren en het plezier van intellectuele bezigheden die ze in hun vroege jaren hadden, sterk afneemt of zelfs compleet verdwijnt. Kinderen die op de WISC-test een IQ van 145+ halen of kinderen die juist heel wisselend scoren, maar bij wie een specialist hoogbegaafdheid vermoedt, hebben op school een persoonlijk leerplan nodig. Dat plan moet hen in de gelegenheid stellen te leren waar ze aan toe zijn. In de praktijk kan het betekenen dat een leerling in groep 6 nog niet kan automatiseren, maar dat hij wel ingewikkelde projecten maakt over onderwerpen zoals het ontstaan van de Eerste en de Tweede Wereldoorlog en dat hij deze ingewikkelde concepten ook werkelijk begrijpt. Als deze kinderen gedwongen worden bij hun leeftijdgenoten te blijven, kunnen ze extreem angstig worden, een grote mate van stress ontwikkelen, gedragsproblemen laten zien, langdurig onderpresteren, voor alles – óók voor wat ze vroeger leuk vonden – gedemotiveerd raken en hun zelfvertrouwen verliezen.

Verrijking niet toereikend

In deze gevallen blijken interventies als verrijking niet afdoende. Het gebrek aan sociale aansluiting in de klas mag niet foutief geïnterpreteerd worden als een gebrek aan sociale vaardigheden en emotionele onrijpheid. Hamsikova: “Het wijst er juist vaak op dat deze leerling een of meer klassen moet overslaan. Ik adviseer regelmatig over het versnellen van onderpresterende leerlingen – vaak meisjes overigens – die door het gebrek aan sociale aansluiting en door hun vergevorderde sociale ontwikkeling niet optimaal kunnen functioneren in een klas waar ze op leeftijd zijn ingedeeld. Deze meisjes laten geen grote academische voorsprong zien, maar hebben een grote voorsprong in hun emotionele ontwikkeling. Door een versnelling gaan ze academisch vaak veel beter presteren. Uitzonderlijk begaafde leerlingen lopen vaak 5 à 6 jaar vooruit met hun sociale ontwikkeling ten opzichte van hun leeftijdsgenoten. Vooral als het meisjes betreft. Het is niet moeilijk voor te stellen dat zo’n leerling zijn of haar klasgenoten niets te melden heeft en het ‘kinderachtige’ gedrag niet begrijpt. Daarentegen wordt de uitzonderlijk begaafde leerling ook niet begrepen, want die is te serieus, gebruikt te veel en te ingewikkelde woorden en heeft een te groot rechtvaardigheidsgevoel. Sommige hoogbegaafde kinderen proberen dit te maskeren door clownesk gedrag”.

Thuisonderwijs

Volgens Hamsikova is vaak een combinatie van thuisonderwijs (in samenwerking met een specialist hoogbegaafdheid) en schoolonderwijs aan te raden. “Dat is vaak ook de enige goede tussenweg om deze kinderen met zo min mogelijk geestelijke schade groot te laten worden”, stelt zij. “In Nederland kan het IQ tot 145 gemeten worden, in Engelstalige landen – met de Stanford Binet-test – tot 210. Besef wel dat als deze kinderen 145+ op een IQ-test scoren, het veel meer kan zijn en ze dus veel meer verschillen van de norm dan je je kunt voorstellen. In mijn praktijk heb ik bijvoorbeeld Sanne. Zij is een meisje van 9 dat nu via de Wereldschool 2 VWO volgt. Ik ken het meisje en haar zus al vanaf haar derde jaar. Ze heeft de basisschool in drie jaar doorlopen. Sanne ontwikkelt zich prima, speelt en danst met leeftijdgenoten of oudere kinderen, maar leert op haar ontwikkelingsniveau. Nog een ander meisje uit mijn praktijk, ook 9, is dit schooljaar begonnen op het gymnasium. Sociaal loopt ze nog voor op haar klasgenoten, die drie of vier jaar ouder zijn. Hoe zou het met deze kinderen gaan als niet hun ontwikkeling maar hun kalenderleeftijd zwaarder meetelde?”, vraagt Hamsikova zich hardop af.

Je ziet ze niet, maar ze zijn er wel

Deze kinderen zijn misschien niet altijd als zodanig zichtbaar, ze bestaan wel en er zijn er meer van dan je zou verwachten. Hamsikova: “Vaak zijn ze niet goed te testen en passen zich zo aan dat ze door hun onderpresteren en/of storend gedrag juist niet als uitzonderlijk begaafd aangemerkt worden. Hun behoeftes zijn anders dan behoeftes van gemiddeld hoogbegaafde kinderen en het is niet altijd eenvoudig om hen te herkennen in de klas. Maar het is belangrijk om het te proberen, zodat ook deze kinderen met de juiste ondersteuning gelukkig kunnen zijn. Wees er dus zo alert mogelijk op!”.

Op het jaarlijks congres over hoogbegaafdheid zal Renata Hamsikova uitvoerig stilstaan bij deze bijzondere groep mensen.

Renata Hamsikova
Renata Hamsikova

Renata is eigenaresse van het adviesbureau IeKu Advies. Zij is specialist in onderwijs aan hoogbegaafden en richt zich ook op ouders van hoogbegaafde kinderen. Renata volgde de opleiding tot ECHA specialist in Gifted Education aan de Radboud Universiteit Nijmegen en is gediplomeerd speltherapeut, coach, counselor en trainer. Zij heeft ruime expertise in het begeleiden van specifieke opvoedproblemen bij hoogbegaafde kinderen. Renata is moeder van twee hoogbegaafde kinderen en als zodanig ook ervaringsdeskundig in de ouderrol.

Interessant artikel? Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief en mis nooit meer iets!

Mee discussiëren over dit en andere artikelen kan in onze LinkedIn-groep. Boeken over dit thema vind je op onze bronnen-pagina.

Soortgelijke artikelen

Zoeken op deze site

Facebook
Twitter

Weggeefacties

Heb je niet meegedaan aan de laatste weggeefacties? Of wel meegedaan, maar niet gewonnen? Dan kun je de weggegeven boeken en spellen ook bestellen. Hieronder vind je de items van de laatste drie weggeefacties. Wil je geen weggeefactie missen? Meld je dan aan voor onze gratis nieuwsbrief!