Blik op hulp

Top 5 Perverse prikkels in zorg en welzijn van 2014

Top 5 Perverse prikkels in zorg en welzijn van 2014
december 16
22:54 2014
carin wevers column

Drs. Carin Wevers is vrijdenker, filosoof, docent aan Zuyd Hogeschool en vaste columnist van Blik op Hulp

De tijd van het opstellen van de hoogtepunten van dit en dieptepunten van dat breekt weer aan en ook het lijstje met de goede voornemens is weer in de maak. We zijn ons al aan het instellen op 1 januari, wanneer het roer echt om moet en daarom mogen we nu nog even van alles van onszelf wat vanaf 2015 verboden is. En we mogen het ook nog excessief, want “nu kunnen we er nog van genieten”. “Geef me dus nog maar een sigaretje, een extra toetje en trek nog eens een fles open, schat”. Bewuster iets willen dat je eigenlijk niet wilt, gaat bijna niet.

De afgelopen decennia heeft de overheid allerlei maatregelen ingevoerd die ertoe hebben geleid dat mensen verleid worden om precies datgene te doen wat de maatregel juist moest voorkomen. Dit noemen we perverse prikkels. Als docent filosofie op een social work opleiding hoor en lees ik regelmatig verslagen van studenten over hun ervaringen in het werkveld. En dan voel ik me steeds vaker met stomheid geslagen wanneer een student me voor de zoveelste keer zegt: “Ja maar dat is instellingsbeleid, mevrouw, en dat moeten we wel zo doen anders krijgen we geen geld”.  En daar sta ik dan met de morele argumenten van de grote filosofen en de beroepscode te zwaaien en kijken ze me aan alsof ik van een andere planeet kom.

Wat kom ik zoal tegen? Ik presenteer u de top 5 van het afgelopen jaar. Opgetekend uit reflectieverslagen bij, hoe ironisch, de module over het legitimeren van het professioneel handelen van de studenten Sociale Studies in Sittard.

Nummer 5: De politie

De student die stage loopt bij de politie schrijft: “Ik vond dat ik in deze situatie geen proces-verbaal moest opmaken, omdat ik de ruzie in de minne kon schikken. Maar ja, mijn chef vindt dat ik onvoldoende aanhoudingen heb verricht dit jaar, dus ik heb de man toen toch maar meegenomen naar het bureau”. Agenten worden afgerekend en beoordeeld op het behalen van de streefcijfers. Preventie loont niet.

Nummer 4: Justitiële Jeugdinrichtingen

De studenten dienen in de dagelijkse rapportage  vooral het onwenselijke gedrag te beschrijven, hoewel de methodiek er juist op gericht is om de jongeren te “empoweren”. De inrichtingen krijgen per dag, per bezet bed betaald. Het loont dus om de jongeren zo lang mogelijk gedetineerd te houden en pas te laten vertrekken als er zich een volgende kandidaat heeft aangediend. Lege bedden kosten immers geld.

Nummer 3: Bureau Jeugdzorg

Hoe zwaarder de diagnoses, hoe beter je bent in het stapelen van Diagnose Behandel Combinaties (DBC’s), hoe meer ondertoezichtstellingen en gedwongen uithuisplaatsingen je adviseert, hoe meer geld er vrij komt voor de begeleiding. De econoom Arnold Heertje stelde het bout en helder: “De bureaucratie maakt van de kinderen producten, waarmee veel geld wordt verdiend (…)”. Het aantal kinderen met een stoornis is sinds de marktwerking jaarlijks gegroeid en groeit nog steeds.

Nummer 2: GGZ

Een student schrijft dat ze de cliënt naar een psychiater stuurt met de opdracht zijn symptomen zwaar aan te zetten en te zeggen dat hij nog steeds “stemmen hoort” zodat hij gediagnosticeerd kan worden voor dagbesteding omdat ze hem anders niet kunnen helpen. Op een site van een praktijk voor kinder- en jeugdpsychiatrie staat het onomwonden omschreven, hoewel de psychiaters zelf niet door lijken te hebben wat ze eigenlijk zeggen: “Elke DBC zal gebaseerd zijn op een bepaalde psychiatrische diagnostische classificatie waarin een kind ingepast moet worden om voor de bij de DBC horende vergoeding in aanmerking te komen”. Met andere woorden: “Past uw kind er niet in, dan passen we de diagnose zo aan dat uw kind aan de criteria voor vergoeding voldoet. Uw kind is dan wel voor zijn leven gestigmatiseerd, maar ja, als u en uw kind maar geholpen worden, toch”?

Nummer 1. Gehandicaptenzorg

Vrijwel alle studenten werkzaam in de gehandicaptenzorg schrijven dat het hen opgedragen wordt om in de dagrapportage en behandelplannen zoveel mogelijk symptomen en problematisch gedrag te beschrijven en dat zwaarder aan te zetten zodat het zorgzwaartepakket zo hoog mogelijk kan blijven. Hoewel iedereen het niet vindt kloppen, doen ze het allemaal: “Het is immers voor de cliënt, hij wordt er beter mee geholpen want zo krijgt hij meer uren begeleiding”.

Neem ik onze studenten deze praktijken kwalijk en geef ik ze een onvoldoende?

Dat doe ik niet, maar met zorgvuldig handelen, met handelen overeenkomstig de beroepscodes en met morele besluitvorming heeft het niets meer te maken.

Ik denk dat ik me maar laat omscholen tot beleidsmaker in de zorg om zo te leren hoe je echt iets kunt willen wat je niet wilt en dat dan toch kunt blijven willen. Misschien lukt het me dan ook om terwijl ik rook, toch een niet-roker te zijn en kan ik me voor het eerst in mijn leven aan mijn lijstje met goede voornemens houden.

Drs. Carin Wevers is vrijdenker, filosoof, docent aan Zuyd Hogeschool en vaste columnist van Blik op Hulp

Interessant artikel? Meld u dan nu aan voor onze gratis nieuwsbrief en mis nooit meer iets!

Soortgelijke artikelen

12 Reacties

Nog geen reacties

Er zijn op dit moment nog geen reacties. Wil je er één toevoegen?

Schrijf een reactie

Schrijf een reactie