Blik op hulp

Hechting bij vaders: prenatale gevoelens beïnvloeden hechting met baby

Hechting bij vaders: prenatale gevoelens beïnvloeden hechting met baby

Hechting bij vaders: prenatale gevoelens beïnvloeden hechting met baby
maart 27
14:57 2014
hechting bij vaders charlotte vreeswijk promotie proefschrift

Charlotte Vreeswijk

Hechting bij vaders is een weinig onderzocht terrein, maar gevoelens van zowel de vader als de moeder voor hun ongeboren kind hebben grote gevolgen voor de ontwikkeling van het kind tot volwassene. Onverschillige vaders tijdens de zwangerschap vertonen eenzelfde houding na de geboorte van het kind. Kent het gezin psychosociale problemen tijdens de zwangerschap dan is dat niet gunstig voor de ouder-kindrelatie na de geboorte in termen van hechting of interesse voor emoties en belevingen van het kind. Dat blijkt uit het promotieonderzoek From Pregnancy to Parenthood van Charlotte Vreeswijk, waarop ze op 28 maart promoveert aan de Universiteit van Tilburg.

Onderbelicht

Veel studies naar het verband tussen ouder en kind richten zich op waarneembaar gedrag (het kind ligt in de armen van de ouder). Daarnaast maken ouders tijdens de zwangerschap zogenaamde representaties van hun nog ongeboren kind. Ze hebben verwachtingen in de verbeelde wereld (ideeën over het kind). De kwaliteit van die voorstellingen heeft weer invloed op de kwaliteit van het opvoedgedrag, de ouder-kindinteracties en de gehechtheidsrelaties. Dat weten we uit onderzoek dat vooral bij moeders is uitgevoerd in de postnatale fase. Onderzoek naar de ouder-kindrelatie tijdens de zwangerschap, met name over de ideeën bij vaders, was tot nog toe onderbelicht. Dit proefschrift wil voorzien in die leemte. Daartoe werden zo’n 300 moeders en 235 vaders geïnterviewd, eerst tijdens de zwangerschap en vervolgens na de geboorte van hun kind.

(On)evenwichtig, afstandelijk en verward

Vreeswijk maakt in haar proefschrift onderscheid tussen ouders met evenwichtige en onevenwichtige representaties. De eerste hechten veel waarde aan de relatie met het kind en hebben oog voor de emoties en belevingen van het kind. Bij onevenwichtige representaties maakt de promovenda nog onderscheid tussen ouders met een afstandelijk of een verward karakter. Afstandelijke representaties worden gekenmerkt door een koele, onverschillige houding of een sterke emotionele afstand tot het kind. Verwarde representaties worden gekenmerkt door incoherente, tegenstrijdige soms zelfs bizarre beschrijvingen van het kind.

Hechting bij vaders

In het algemeen zijn vaders nogal onverschillig tijdens en na de zwangerschap, terwijl moeders veel meer emotioneel betrokken zijn. Vaders met weinig prenatale hechtinggevoelens hebben vaker koele representaties. Zijn er psychosociale risicofactoren in het gezin aanwezig, dan leidt dat bij moeders vaker tot verwarde en afstandelijke representaties van hun ongeboren kind.

Vaders met sterke hechtgevoelens tijdens de zwangerschap blijken later evenwichtige representaties te hebben. Ze zijn ook jonger, minder angstig en depressief. Het karakter van de vader speelt eveneens mee. Vriendelijke en minder wantrouwende vaders met onevenwichtige representaties blijken door hun karakter toch in staat om hun eerdere negatieve gevoelens om te buigen.

De verdediging van het proefschrift From Pregnancy to Parenthood, Fathers’ and mothers’ representation of their unborn infants vindt plaats op vrijdag 28 maart 2014 om 10.00 uur in de aula van de Universiteit van Tilburg. Promotor is prof. dr. Hedwig van Bakel, hoogleraar Infant Mental Health. 

Interessant artikel? Abonneer u dan nu op onze gratis nieuwsbrief. Zo mist u nooit meer iets!

Soortgelijke artikelen