Blik op hulp

Diagnose borderline bij licht verstandelijke beperking vaak te snel gesteld

Diagnose borderline bij licht verstandelijke beperking vaak te snel gesteld

Foto: NATS Press Office (CC BY-NC-ND 2.0)

Diagnose borderline bij licht verstandelijke beperking vaak te snel gesteld
juli 20
13:11 2016

Mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB) hebben vaak last van bijkomende psychiatrische problemen. Borderline persoonlijkheidsstoornis is dan ook een diagnose die nogal eens gesteld wordt bij deze mensen. Voorzichtigheid bij het stellen van een dergelijke diagnose is volgens Hans Kruikemeier, die Gz-psycholoog en behandelaar van mensen met een LVB en ernstig probleemgedrag is, echter geboden.

Verkeersleider

“Probeer je eens voor te stellen dat je op Schiphol uitgenodigd wordt in de verkeerstoren en dat je daar voorgesteld wordt als de nieuwe collega van de de luchtverkeersleiders die daar zitten. Dat is goed betaald werk, maar ook met een enorme verantwoordelijkheid. Je moet verschillende dingen tegelijk doen, je bent doorlopend aan het analyseren en als het misgaat, dan kan dat potentieel mensenlevens kosten. Heel interessant dus. Maar er is één probleem: jij bent geen verkeersleider. Maar je kunt ook niet aan de anderen laten merken dat je het niet bent, want dan ga je af en ben je je mooie, goed betaalde baantje kwijt”, zegt Kruikemeier. “En dat laten we je dan een week of drie doen. Niet toegerust op die functie, niet kunnen toegeven dat je het niet kunt. Wat gebeurt er dan? Dan word je bang dat je door je collega’s in de steek gelaten wordt en je op niemand meer kunt terugvallen. Je wordt lichtgeraakt, waardoor je relaties met je collega’s op scherp kunnen komen te staan. Van je zelfbeeld blijft weinig over. En dikke kans dat je met de moed der wanhoop maar iets probeert om te zien of dat helpt om je taak te vervullen. Maar joh? Zijn dat niet ook belangrijke kenmerken van een borderline persoonlijkheidsstoornis? Jazeker!”

Overvraging

De moraal van het verhaal: de symptomen van chronische overvraging als gevolg van de kenmerken van een licht verstandelijke beperking vallen voor een heel groot deel samen met die van een borderline persoonlijkheidsstoornis. “Mensen met een LVB worden, vanwege hun betrekkelijk lage IQ en geringe sociale aanpassingsvermogen ook stelselmatig overvraagd. Maar in dat geval zijn het helemaal geen verschijnselen van persoonlijkheidsproblematiek”, aldus Kruikemeier, “maar gedrag dat het resultaat is van sterke ontregeling, angst en paniek als gevolg van overvraging”.

Diagnostiek borderline bij een licht verstandelijke beperking

Een persoonlijkheidsstoornis wordt opvallend vaak gediagnosticeerd bij mensen met een verstandelijke beperking. De schattingen variëren tussen de 22% en 92%, wat aanmerkelijk hoger is dat de prevalentie binnen een algemene populatie. Klaarblijkelijk wordt er dus scheutig omgegaan met deze diagnose, maar volgens Kruikemeijer is juist bij mensen met een verstandelijke beperking voorzichtigheid geboden. “In de eerste plaats worden, zoals ik al zei, de symptomen van borderline vaak verward met de inadequate copingmechanismen die mensen met een verstandelijke beperking ontwikkelen in reactie op overvraging. Maar een belangrijk tweede argument is dat deze mensen vaak een disharmonisch ontwikkelingsprofiel hebben. Wanneer je bijvoorbeeld te maken hebt met een cliënt met een cognitief niveau en de redzaamheid van een 8-jarige, maar het emotioneel niveau van een 2-jarige, dan kan wat wij een gedragsprobleem noemen zomaar wel eens gedrag zijn dat prima bij de emotionele ontwikkeling van die cliënt past”.

Emoties

Daar zit volgens Kruikemeier dan ook een belangrijk verschil in de oorzaak van de emotionele problemen die zowel mensen met borderline als mensen met een verstandelijke beperking hebben. “Kern van borderline is emotionele grilligheid. Dus het ontbreken van emotionele schokdempers, waar de kern van een laag emotioneel ontwikkelingsniveau juist is dat er onvoldoende controle over de emoties is en dat mensen erdoor ‘overspoeld’ kunnen worden”. Het vaststellen van eventuele persoonlijkheidsproblematiek bij mensen met een licht verstandelijke beperking kan dan ook nooit plaatsvinden zonder zorgvuldige, integratieve diagnostiek. “Maak een volledig ontwikkelingsprofiel waarin de emotionele ontwikkeling expliciet meegenomen is, neem een anamnese af, breng klachten en symptomen in kaart en maak een draagkracht – draaglast analyse. Met name een beeld van de emotionele ontwikkeling is essentieel, omdat dat als ijkpunt dient voor het beoordelen van gedrag als meer of minder adequaat”, aldus Kruikemeier.

DSM-5

Volgens de diagnostische handboeken, zoals de DSM-5 mag een borderline persoonlijkheidsstoornis pas vastgesteld worden wanneer een cliënt de leeftijd van 18 jaar bereikt heeft. Daarvoor wordt gesproken over een in zijn ontwikkeling bedreigde persoonlijkheid. Die leeftijdsgrens blijkt in de praktijk echter betrekkelijk, vooral wanneer het mensen met een LVB betreft. “Bij mensen met een licht verstandelijke beperking is sprake van een niet volledig volgroeide en uitgerijpte persoonlijkheid. Gevolg is dat deze mensen vaak een verzwakte persoonlijkheidsstructuur kennen. Dat wil zeggen dat ze minder stressbestendig zijn dan anderen, over minder copingmechanismen beschikken, waardoor ze sneller decompenseren, impulsiever zijn, hun behoeftebevrediging niet kunnen uitstellen, gemakkelijker te beïnvloeden zijn en emotioneler reageren. Gevolg daarvan is dan weer dat ze vaker falen, minder succes verwachten, het gevoel hebben dat ze niet goed genoeg zijn en hulpeloos worden.”

Toch borderline?

Wanneer kun je dan wel een borderline persoonlijkheidsstoornis vaststellen bij iemand met een LVB? “Probeer eerst of de klachten over gaan als je de overvraging opheft. Kijk vervolgens in hoeverre het probleemgedrag en de onderliggende emoties verklaard kunnen worden tegen de achtergrond van inadequate coping door iemand die zichzelf op de been tracht te houden. Daarna kun je pas beoordelen wat er overblijft als zijnde een ‘star, duurzaam en afwijkend patroon van gedachten, gevoelens en gedragingen’ dat zich heeft vastgezet in de persoonlijkheid.”

Hans Kruikemeier
Hans Kruikemeier

Drs. Hans Kruikemeijer is werkzaam als Gz-psycholoog / behandelaar in het observatie- en behandelcentrum De Rotonde, voor mensen met een licht verstandelijke beperking en psychiatrische stoornissen. Daarnaast is hij verbonden aan het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP), vervult hij de rol van rapporteur Pro Justitia en is hij consulent bij het Centrum voor Consultatie en Expertise (CCE).

Interessant artikel? Meld u dan nu aan voor onze gratis nieuwsbrief en mis nooit meer iets!

Mee discussiëren? Dat kan in onze LinkedIn-groep.

Soortgelijke artikelen